wetzoeker

5.1 — Algemeen Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022

Algemeen

1 december 2022

Het accountantsprotocol voor de sector mbo wordt conform artikel 2.5.7a, van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en krachtens artikel 5.2.5, van het Uitvoeringsbesluit WEB vastgesteld bij ministeriële regeling. Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen verklaring omtrent de getrouwheid), zoals genoemd in artikel 2.2.4, lid 5, van de WEB bij de gegevens in het Register onderwijsdeelnemers MBO. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek van de instellingsaccountant heeft betrekking op de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform het Uitvoeringsbesluit WEB. Het assurance-rapport kan primair alleen gebruikt worden voor de vaststelling van de rijksbijdrage. Het staat het ministerie vrij om de relevante gegevens in het Overzicht Basis- en diplomagegevens Onderzoek (OBO), en het assurance-rapport daarbij, ook voor andere beleidsdoeleinden te gebruiken als zij van mening is dat de werkzaamheden, zoals in dit accountantsprotocol voorgeschreven, voldoende zijn om de data te interpreteren voor eventueel andere beleidsdoeleinden.

Het onderdeel onderzoek Register onderwijsdeelnemers sector mbo is van toepassing op (artikel 1.1.1, van de WEB):

• de regionale opleidingscentra (ROC’s);

• de beroepscolleges.

Hierna worden deze categorieën ‘de onderwijsinstellingen’ genoemd.

De voor het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers relevante wet- en regelgeving bestaat uit:

• de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB);

• de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF 2000)

• het Uitvoeringsbesluit WEB;

• de Uitvoeringsregeling WEB 2007;

• de Les- en Cursusgeld Wet (LCW);

• het Uitvoeringsbesluit LCW 2000;

• het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;

• de Notitie Helderheid BVE 2004;

• het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022;

• de Regeling register onderwijsdeelnemers;

• de brief BVE/Stelsel/104878 van 24 februari 2009;

• de brief BVE/I&I/171783 van 6 januari 2010;

• de brief BVE/I&I/198334 van 23 maart 2010;

• de brief 424771 van 12 juli 2012;

• de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016;

• de Regeling codetabellen school- en studiejaar 2022–2023 en staatsexamenjaar 2023;

• de brief 669204 van 5 september 2014 betreffende onderwijsovereenkomsten.

De wet- en regelgeving is ook terug te vinden op https://www.overheid.nl

De te onderzoeken gegevens worden ontleend aan het Register onderwijsdeelnemers (ROD) dat wordt beheerd door DUO. De procedures ten aanzien van de levering en registratie van de gegevens en de uitwisseling hierover met DUO zijn beschreven in de ‘Programma van Eisen MBO-instellingen (PvE)’ en de ‘Programma van Eisen VAVO-instellingen (PvE)‘ (het is mogelijk dat na de publicatie van het protocol nog een bijgestelde versie van deze PvE’s beschikbaar wordt gesteld, waardoor de genoemde links niet meer werken). De actuele versie van de PvE’s is steeds te vinden op de website van DUO.

De gegevens uit het Register onderwijsdeelnemers van DUO die benodigd zijn voor het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers BO en het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers vavo worden door DUO geleverd in de vorm van het OBO. Deze wordt gemaakt op aanvraag (via de beveiligde site van DUO) van de instelling. Daags na de aanvraag wordt het OBO klaargezet op de beveiligde site van DUO. De instelling krijgt hiervan een bericht.

Indien de instellingsaccountant constateert dat er mutaties moeten worden uitgevoerd op de gegevens in het Register onderwijsdeelnemers, dan moet de instelling deze via de reguliere weg aanleveren aan DUO.

Na het doorvoeren van alle gevraagde mutaties moet de instelling opnieuw het OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen het nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd en keurt het nieuwe OBO goed. De goedkeuring wordt geleverd in de vorm van een assurance-rapport bij het OBO. Het assurance-rapport vermeldt welk OBO (van welke datum) is gebruikt.

In het OBO zijn meer gegevens opgenomen, dan die waarop het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers van de instellingsaccountant is gericht. Om de gegevens die relevant zijn voor het onderzoek van de instellingsaccountant te selecteren volgt de instellingsaccountant de aanwijzingen die in het Programma van Eisen (PvE) MBO-instellingenen in het PvE VAVO-instellingen zijn opgenomen voor de instellingsaccountant.

Gevolgen Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs

Per 1 augustus 2022 zijn de AOC’s omgevormd tot een verticale scholengemeenschap bestaande uit een beroepscollege (voor het mbo-deel) en een school voor voortgezet onderwijs voor vbo. Het beroepscollege wordt bekostigd op grond van de WEB. Voor het onderzoek van de gegevens van het beroepscollege gelden de onderzoekitems van de sector MBO.

De school voor voortgezet onderwijs voor vbo wordt bekostigd op grond van de WVO 2020. Voor het onderzoek van de gegevens van de school voor voortgezet onderwijs gelden de onderzoekitems van de sector VO.

Regeling
Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-02-2023
BWB-id
BWBR0047848
Versie
2023-02-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl