wetzoeker

2 — Examens Regeling examenprogramma Staatsexamen Nt2 2024

Examens

Het Staatsexamen Nederlands als tweede taal toetst of de kandidaat voldoende kennis, inzicht en vaardigheden verworven heeft om het Nederlands op adequate wijze te kunnen gebruiken in het kader van werk, opleiding en maatschappelijk functioneren.

Het Staatsexamen Nederlands als tweede taal bestaat uit vier onderdelen:

A Lezen,

B Luisteren,

C Schrijven en

D Spreken.

Het examenprogramma is ontleend aan de examenstof zoals is omschreven in het Eindrapport van de Adviescommissie Invoering Certificaten Nederlands als Tweede Taal

1 Adviescommissie Invoering Certificaten Nederlands als Tweede Taal (1991), Certificaten Nederlands als tweede taal. Startbewijzen voor onderwijs en arbeidsmarkt. Publicatie van het toenmalige Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

. De inhoud van de opdrachten is, conform dit advies, gerelateerd aan Nederlandse opleidings- en werksituaties en aan situaties in het openbare dagelijkse leven in Nederland. Het examen doet daarmee tevens een beroep op kennis van de Nederlandse samenleving.

Het Staatsexamen Nederlands als tweede taal kent, conform de artikelen 7.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 2 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, twee programma’s. Het onderscheid tussen beide programma’s komt tot uitdrukking in de tekstonderwerpen, de gekozen werk- en opleidingssituaties en het functioneringsniveau. Zie tabel 1.

Tabel 1. Overzicht Programma I en II

Programma I | Programma II

Programma I toetst kennis, inzicht en vaardigheden die noodzakelijk geacht worden om te kunnen functioneren in opleidingen op mbo-niveau (niveau 3 en 4) en bijbehorende functies op de arbeidsmarkt. | Programma II toetst kennis, inzicht en vaardigheden die noodzakelijk geacht worden om te kunnen functioneren in het hoger onderwijs en in midden- of hogere kaderfuncties op de arbeidsmarkt.

Het niveau van het examen is vergelijkbaar met taalniveau B1 van het Common European Framework of Reference (CEFR). | Het niveau van het examen is vergelijkbaar met taalniveau B2 van het Common European Framework of Reference (CEFR).

Het abstractieniveau van teksten en tekstonderwerpen is lager dan in Programma II. Zo spelen vertrouwde, alledaagse of werkgerelateerde onderwerpen een belangrijke rol. | Het abstractieniveau van teksten en tekstonderwerpen is hoger dan in Programma I. Zo spelen beschouwende en betogende teksten een belangrijke rol.

In de formulering van de opgaven wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van woorden die zijn opgenomen in A frequency dictionary of Dutch, de lijsten Core en General (Tiberius en Schoonheim, 2013). Daarnaast wordt gebruikgemaakt van woorden die zijn opgenomen in de aanvullende woordenlijst ontwikkeld door het College voor toetsen en examens, die indien nodig geactualiseerd wordt. | In de formulering van de opgaven wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van woorden die zijn opgenomen in A frequency dictionary of Dutch, (Tiberius en Schoonheim, 2013). Daarnaast wordt gebruikgemaakt van woorden die zijn opgenomen in de aanvullende woordenlijst ontwikkeld door het College voor toetsen en examens, die indien nodig geactualiseerd wordt.

Regeling
Regeling examenprogramma Staatsexamen Nt2 2024
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0047815
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl