4.3 — Kwalitatieve criteria programmavoorstel (fase 2) Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Bodemvruchtbaarheid)
Kwalitatieve criteria programmavoorstel (fase 2)
In fase 2 vindt een kwalitatieve toets plaats van de tijdig ingediende volledige programmavoorstellen (programmavoorstel toets). Ten einde in aanmerking te kunnen komen voor subsidie dient in elk geval 70% van het maximaal aantal te behalen punten te worden gescoord. De kwaliteit van de programmavoorstellen wordt beoordeeld via de volgende criteria:
1. De mate waarin overtuigend en methodologisch consistent is uitgewerkt:
a. op welke wijze de voorgestelde activiteiten leiden tot de te bereiken outputs (bereik: aantal hectare, aantal kleinschalige voedselproducenten, aantal stroomgebieden), en outcomes (effect op duurzaamheid van landgebruik en -beheer, efficiëntie van watergebruik, weerbaarheid, productiviteit en zeggenschap van vrouwen);
b. de samenhang tussen deze resultaten (link tussen omvang van bereik (output) en de grootte van het beoogde effect (outcome).
2. De mate waarin er sprake is van:
a. een evenwichtige verdeling van budget over de gekozen landen en regionale, landen-overstijgende inzet.
b. ‘value for money’ per land en regionaal (landen overstijgend). ‘Value for money’ is een combinatie van efficiëntie en effectiviteit.
3.
a) De mate waarin een contextanalyse is uitgevoerd met aandacht voor:
• het institutionele landschap;
• nationale/lokale/regionale beleids- en uitvoeringsplannen;
• lokale belangen, machtsverhoudingen en representatie/organisatie;
b) de mate waarin die analyse is doorvertaald in de interventiestrategie.
4.
a) De mate waarin effecten en trends van klimaatverandering zijn geanalyseerd en b) de mate waarin die analyse is door vertaald in de interventiestrategie.
5.
a) De mate waarin genderaspecten zijn geanalyseerd en b) de mate waarin die analyse is door vertaald in de interventiestrategie.
6. De mate waarin het uitgewerkte programmavoorstel erop inzet om:
a. met de voorgestelde activiteiten een blijvend, duurzaam effect te hebben op de beoogde doelgroepen;
b. de interventie-strategie institutioneel en lokaal in te bedden.
7. De mate waarin de aanvrager/alliantie een Monitoring, Evaluation & Learning framework heeft uitwerkt met kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren en methodologieën voor resultaatmeting die corresponderen met:
a. de in dit subsidiebeleidskader genoemde indicatoren;
b. de door de aanvrager/alliantie ontwikkelde Theory of Change.
8. De mate waarin is uitgewerkt hoe in de loop van de tijd meer nadruk wordt gelegd op het uitbreiden en opschalen van bewezen effectieve benaderingen en interventies.
9. De mate waarin wordt ingezet op samenwerking met lokale/regionale (intergouvernementele) organisaties, overheden, kennisinstellingen en private sector in de landen waar de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd zullen worden uitgevoerd.
10. De mate waarin per land, regionaal en in totaliteit voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd de relevante context-risico’s en programma-risico’s zijn beschreven, geanalyseerd en geadresseerd in een adequaat risicomanagement-systeem.
11. De mate waarin suggesties en aanbevelingen die in de uitnodiging voor fase 2 van het selectieproces zijn gedaan op basis van de uitkomsten van de beoordeling van de aanvraag in fase 1.B zijn opgevolgd.
- Regeling
- Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Bodemvruchtbaarheid)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 25-01-2023
- BWB-id
- BWBR0047803
- Versie
- 2023-01-25_0