wetzoeker

Artikel 6.9 Gerechtsdeurwaardersverordening

Zeggenschap van derden en externe participatie

1 De overeenkomst met de aandeelhouders bevat ten minste:

a. de verplichting het houden van aandelen te beperken of te beëindigen, als:

1° de aandeelhouder een vennootschap is en die vennootschap overgaat op een andere persoon waardoor niet meer voldaan wordt aan artikel 6.7 of artikel 6.8;

2° de aandeelhouder of de in haar deelnemende personen diensten aanbiedt of werkzaamheden verricht voor het gerechtsdeurwaarderskantoor waarin deelgenomen wordt en de diensten of werkzaamheden schadelijk zijn voor het gerechtsdeurwaarderskantoor;

3° de aandeelhouder, of de in haar deelnemende personen, niet langer in aanmerking komt voor een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; en

4° de aandeelhouder nalaat zich te onderwerpen aan toezicht bedoeld in artikelen 30 en 31 van de wet;

b. een in het economisch verkeer als niet onredelijk te beoordelen en objectieve maatstaf voor de bepaling van de waarde van deelnemingen;

c. de bepaling dat de overnamesommen op redelijk, onderbouwd verzoek van de koper in termijnen mogen worden voldaan; en

d. de verplichting om zich te onthouden van het tot stand brengen of uitvoeren van iedere volmacht, stemrechtovereenkomst of andere rechtshandeling waardoor afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personenvennootschappen, met dien verstande dat onder aandeelhouder telkens wordt verstaan: vennoot.

Regeling
Gerechtsdeurwaardersverordening
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-02-2023
BWB-id
BWBR0047777
Versie
2023-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl