wetzoeker

9.1 — Stakingslijfrente bedongen na het overlijden van de erflater Schenk- en erfbelasting, vrijstellingen, omzetting, fusie of taakafsplitsing

Stakingslijfrente bedongen na het overlijden van de erflater

De lijfrentevrijstelling geldt voor contracten die bestaan op het tijdstip waarop de erflater is overleden. Een stakingslijfrente kan ook worden bedongen na het overlijden van de erflater (artikel 3.131 Wet IB 2001). In dat geval komen de premies voor de inkomstenbelasting in aftrek bij de erflater. De lijfrente bestond nog niet op het tijdstip van overlijden van de erflater zodat hiermee voor de erfbelasting geen rekening kan worden gehouden. Ik vind het redelijk om in bepaalde gevallen toch rekening te houden met de na het overlijden afgesloten stakingslijfrente. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur onder een voorwaarde goed dat een bij de inspecteur van de Belastingdienst in te dienen verzoek de lijfrentevrijstelling kan worden toegepast voor de verkrijging van een stakingslijfrente als bedoeld in artikel 3.131 Wet IB 2001, voor zover de premie in aftrek is gekomen bij de erflater.

Voorwaarde

Voor de goedkeuring geldt de voorwaarde dat de termijnen van de stakingslijfrente toekomen aan de partner of kinderen van de erflater.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, vrijstellingen, omzetting, fusie of taakafsplitsing
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0047739
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl