wetzoeker

Artikel 5.1 Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage

Wijze van heffing

1 De solidariteitsbijdrage wordt op aangifte voldaan.

2 Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bij de heffing van de solidariteitsbijdrage wordt voor belastingplichtige gelezen: bijdrageplichtige.

3 In afwijking van artikel 10, tweede lid, eerste zin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen stelt de inspecteur de termijn voor het doen van aangifte vast op 17 maanden na het einde van het tijdvak.

4 In afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de bijdrageplichtige gehouden de solidariteitsbijdrage overeenkomstig de aangifte aan de ontvanger te betalen uiterlijk 17 maanden na het einde van het tijdvak.

Regeling
Wet tijdelijke solidariteitsbijdrage
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2023
BWB-id
BWBR0047704
Versie
2023-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl