wetzoeker

Wijzigingswet Waterschapswet (schrappen van geborgde zetels bedrijven)

Wet van 9 december 2022 tot wijziging van de Waterschapswet in verband met het schrappen van de geborgde zetels voor de categorie bedrijven, het schrappen van de eis dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur houder is van een geborgde zetel en het introduceren van een vaste verdeling van de resterende geborgde zetels

Soort
Wet
Geldend vanaf
17-12-2022
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0047634
Versie
2022-12-17_0
SHA-256 bron
7c8f476e3d677ad2659f050ad32585d93094b3a150eb15f3e8c3fb9346e6c903

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel IIA
  4. Artikel IIB
  5. Artikel IIBa
  6. Artikel IIC
  7. Artikel III

Artikel I

Wijzigt de Waterschapswet.

Artikel II

Vervallen.

Artikel IIA

vervallen.

Artikel IIB

Wijzigt de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen.

Artikel IIBa

Indien de reglementen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Waterschapswet niet voor 1 januari 2023 in overeenstemming met dat artikel zijn vastgesteld, bestaat het aantal vertegenwoordigers van de in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, van de Waterschapswet bedoelde categorie bij ieder waterschap uit het totaal aantal vertegenwoordigers, van de in artikel 12, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de Waterschapswet bedoelde categorieën, zoals vastgesteld bij het desbetreffende reglement zoals dat luidde voor 1 januari 2023 verminderd met vier vertegenwoordigers. Dit aantal vertegenwoordigers voor de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, van de Waterschapswet geldt vanaf hun benoeming op grond van de waterschapsverkiezingen van 2023 voor de duur van de zittingsperiode, bedoeld in artikel C 4 van de Kieswet.

Artikel IIC

1 Ten aanzien van leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de waterschappen die hun functie bekleden op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft tot hun aftreden op hen het recht van toepassing zoals dat gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet.

2 De toelating van plaatsvervangers van leden, bedoeld in het eerste lid, in plaatsen die openvallen in het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur, geschiedt op de wijze als voor de inwerkingtreding van deze wet was bepaald.

Artikel III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan worden vastgesteld.