wetzoeker

5.3 — Normering ten behoeve van leerlingrapportage Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO

Normering ten behoeve van leerlingrapportage

Kwaliteitseisen

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.

Code | Vragen | Mogelijke antwoorden

NR1 | Zijn er voldoende observaties per toetsopgave? | ja/nee

NR2 | Is de gekozen normeringsmethode voldoende omschreven? | ja/nee

NR3 | Zijn de gerapporteerde scores voldoende nauwkeurig? | ja/nee/n.v.t.

Toelichting NR1: Iedere toetsopgave heeft een minimumaantal observaties van 600, eventueel aangevuld met pretestdata die verkregen zijn met doel B voor ogen of eerdere afnamejaren. Observaties uit alle onderwijstypen kunnen gebruikt worden. Voor ankeropgaven kunnen andere vereiste aantallen observaties gelden volgend uit de regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen po.

Toelichting NR2: Vanuit de landelijke normering worden aan alle aanbieders 2PL parameterschattingen geleverd. Hoe past de toetsaanbieder deze toe bij diens normering? Zodra de gehanteerde methode afwijkt van de landelijke normering zoals omschreven in de Regeling beoordelingsnormen doorstroomtoetsen PO (bijvoorbeeld een normering via een discrete (standaard)scoreschaal of verschillen in de meegekalibreerde onderwijstypen), moet de toetsaanbieder de gehanteerde normering duiden en moet de aanbieder aangeven hoe de scores op de eigen scoreschaal zijn berekend uit de latente vaardigheden op de afzonderlijke domeinen en/of uit de GLV-scores.

Toelichting NR3: Indien de uiteindelijke rapportageschaal afwijkt van de latente schaal waarop de cesuren zijn vastgesteld, moet de toetsaanbieder de nauwkeurigheid van de gekozen normeringsmethode ten opzichte van een 2PL-vaardigheidsschatter en de landelijk gehanteerde cesuurpunten van de toetsadviezen en referentieniveaus via een tabel weergeven (verwarringsmatrix) en verantwoordt mogelijk verschillen. Hierbij geldt dat classificatie van behaalde toetsadviezen en behaalde referentieniveaus op basis van de getransformeerde toetsscores niet meer dan 5% mag afwijken van de classificatie van behaalde toetsadviezen en behaalde referentieniveaus op basis van de landelijke normering. De 5% geldt zowel voor de referentieniveaus als bij de toetsadviezen voor het totaal. Bij de verwarringsmatrices is het dus niet toegestaan dat meer dan 5% van de observaties buiten de diagonaal valt.

Indien de aanbieder niet werkt met getransformeerde toetseigen scores is deze eis voor de betreffende aanbieder niet van toepassing.

Regeling
Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-01-2026
BWB-id
BWBR0047614
Versie
2026-01-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl