wetzoeker

4.1 — Leerlingrapport Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO

Leerlingrapport

Kwaliteitseisen

Beslisregel: Om aan deze categorie kwaliteitseisen te voldoen, moeten alle vragen met JA of N.V.T. worden beantwoord.

Code | Vragen | Mogelijke antwoorden

LR1 | Stelt de toetsaanbieder voor elke individuele leerling die de doorstroomtoets aflegt een leerlingrapport op? | ja/nee

LR2 | Bevat het leerlingrapport het toetsadvies, uitgedrukt in één van de toetsadviescategorieën? | ja/nee

LR3 | Geeft het leerlingrapport aan welk referentieniveau Lezen de leerling beheerst? | ja/nee

LR4 | Geeft het leerlingrapport aan welk referentieniveau Taalverzorging de leerling beheerst? | ja/nee

LR5 | Geeft het leerlingrapport aan welk referentieniveau Rekenen de leerling beheerst? | ja/nee

LR6 | Bevat het leerlingrapport een deugdelijke toelichting bij het toetsadvies en de beheersing van de referentieniveaus van de leerling die (ook) voor leerlingen, ouders, verzorgers, voogden en afnemers begrijpelijk is? | ja/nee

LR7 | Zijn de andere uit te geven rapporten naast het leerlingrapport, en/of niet verplichte gegevens op het leerlingrapport, deugdelijk en helder voor de beoogde gebruiker? | ja/nee/n.v.t.

Toelichting LR1: De toetsaanbieder geeft één of meerdere (model)rapportages ter beoordeling. Wanneer er meer dan één variant van het leerlingrapport bestaat, moeten al deze varianten aangeboden worden, met een uitleg wanneer welke variant wordt gebruikt. Aangezien alle varianten aan de eisen moeten voldoen, worden alle voorbeeldrapporten beoordeeld op de kwaliteitseisen LR2 tot en met LR6. Mochten er rapporten ontbreken (d.w.z. LR1 = nee), dan krijgt de toetsaanbieder een onvoldoende voor ‘leerlingrapport’. Wanneer het leerlingrapport wel wordt aangeboden, worden de kwaliteitseisen LR2 tot en met LR6 beoordeeld op basis van die versie(s) van het leerlingrapport.

Toelichting LR2: De toetsaanbieder moet in het leerlingrapport een toetsadvies geven. De aanbieder hanteert hierbij de door de Rijksoverheid vastgestelde toetsadviescategorieën. Dit toetsadvies is gebaseerd op in ieder geval de resultaten van het wettelijk verplichte domein Lezen en subdomein Taalverzorging van het terrein Nederlandse taal en het terrein Rekenen. Aanvullend mag de toetsaanbieder in de bepaling van het toetsadvies ook één of meerdere van de optionele (sub)domeinen van Nederlandse taal meenemen die in dit kader in Hoofdstuk 3 beschreven zijn. In de wetenschappelijke verantwoording moet zijn aangegeven op basis van metingen van welke (sub)domeinen het toetsadvies tot stand is gekomen.

Toelichting LR3: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het domein Lezen. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F, op niveau 1F, of op streefniveau 2F. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze drie categorieën geclassificeerd wordt.

Toelichting LR4: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het subdomein Taalverzorging. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F, op niveau 1F, of op streefniveau 2F. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze drie categorieën geclassificeerd wordt.

Toelichting LR5: In het leerlingrapport moet aangegeven zijn op welk referentieniveau de leerling gepresteerd heeft op het terrein Rekenen. In het leerlingrapport moet in ieder geval aangegeven worden in welk van de volgende drie categorieën de leerlingprestatie past: onder niveau 1F, op niveau 1F, of op streefniveau 1S. Hoewel in de theorie de categorieën elkaar niet uitsluiten, en de leerling ook op een hoger niveau zou kunnen presteren dan het maximaal gegeven niveau, is in deze regeling vastgesteld dat in de rapportage een leerlingprestatie in één (niet meer en niet minder) van deze drie categorieën geclassificeerd wordt.

Toelichting LR6: Bij het rapport moet een toegankelijke toelichting worden geboden, waarin begrijpelijke handvatten gegeven worden voor de interpretatie van het toetsadvies en de beheersing van de referentieniveaus van de leerling door diverse betrokkenen. De aanbieder toont aan dat de rapportage begrijpelijk is voor verschillende doelgroepen, te weten leerlingen, ouders, verzorgers, voogden en afnemers.

Toelichting LR7: Deze kwaliteitseis is niet van toepassing als er naast het leerlingrapport geen andere rapporten worden uitgegeven en/of het leerlingrapport geen aanvullende, niet verplichte, gegevens vermeldt. De kwaliteitseis is van toepassing als de toetsaanbieder één of meerdere (model)rapportages zoals bijvoorbeeld een groepsrapportage, schoolrapportage of bovenschoolse rapportage uitgeeft. Bij de uitgegeven rapporten moet een toegankelijke toelichting worden geboden aan de beoogde gebruiker, waarin begrijpelijke handvatten gegeven worden voor de interpretatie van gerapporteerde gegevens. De aanbieder toont aan dat de rapportage begrijpelijk is voor verschillende doelgroepen, te weten leerkrachten, intern begeleiders, en directeuren of vertegenwoordigers van schoolbesturen of samenwerkingsverbanden.

Regeling
Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-01-2026
BWB-id
BWBR0047614
Versie
2026-01-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl