wetzoeker

3.3.1.3 — Subdomein Fictionele, narratieve en literaire teksten Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO

Subdomein Fictionele, narratieve en literaire teksten

Kwaliteitseisen

Taken:

Code | Vragen | Mogelijke antwoorden

L4 | Lezen de leerlingen minimaal één fictionele, narratieve en/of literaire tekst en maken ze daar opdrachten bij? | ja/nee

Tekstkenmerken:

Code | Vragen | Mogelijke antwoorden

L5 | Voldoen de teksten die de leerlingen lezen aan de tekstkenmerken inhoud (thema), vorm (taalgebruik en structuur) en bedoeling (doel), zoals nader omgeschreven in het Referentiekader? | ja/nee

Kenmerken van de taakuitvoering:

Code | Vragen | Mogelijke antwoorden

L6.1 | Wordt in de toets als kenmerk van de taakuitvoering evalueren getoetst? | ja/nee

L6.2 | Wordt in de toets als kenmerk van de taakuitvoering interpreteren getoetst? | ja/nee

L6.3 | Wordt in de toets als kenmerk van de taakuitvoering begrijpen getoetst? | ja/nee

L6.4 | Verantwoordt de toetsaanbieder (o.a. met het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden) op basis van welke beslisregel (het algoritme in het geval van een CAT en het module-design in het geval van een MST) wordt gegarandeerd dat de vereiste verdeling tussen opgaven rond fictionele, narratieve en literaire teksten wordt gehaald? | ja/nee/n.v.t.

Toelichting L6.4: Alleen van toepassing bij een digitale adaptieve toets (CAT of MST). Naast het algoritme of module-design moet de werking van de beslisregel worden aangetoond door middel van het opleveren van enkele (voorbeeld)toetspaden, zoals die door de beslisregel worden gegenereerd.

Regeling
Regeling beoordelingskader doorstroomtoets PO
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-01-2026
BWB-id
BWBR0047614
Versie
2026-01-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl