1.7.2 — Tussentijdse check Regeling beoordelingskader voor de toetsen behorende tot leerling- en onderwijsvolgsystemen po
Tussentijdse check
De erkenning door het CvTE van een LVS-instrument is tien jaar geldig. In tien jaar kunnen er echter veel ontwikkelingen plaatsvinden die de kwaliteit van een LVS-instrument beïnvloeden. Daarom vinden er één of meerdere tussentijdse checks plaats. De aanbieder is gehouden de informatie aan het CvTE te verstrekken die het nodig heeft om een tussentijdse check uit te voeren.
Een tussentijdse check kan resulteren in het oordeel 'voldoende of 'onvoldoende’. Bij een oordeel 'onvoldoende' volgt intrekking van de erkenning.
De volgende drie scenario’s omschrijven de noodzakelijkheid voor een tussentijdse check:
a) Geen wijzigingen
Voor een instrument dat in tien jaar niet is gewijzigd, vindt vijf jaar na het afgeven van een kwaliteitsoordeel een tussentijdse check plaats. De aanbieder wordt hierbij gevraagd om aan te tonen dat het instrument nog steeds aan alle kwaliteitseisen uit het kader voldoet. Dit houdt in dat het instrument aansluit bij de actuele eisen en standaarden, en dat de items, observatiecategorieën en normering nog steeds actueel en passend zijn.
De volgende drie vragen dienen als leidraad voor de verantwoording van de beoordelingscriteria tijdens de tussentijdse check:
1. Zijn de items of de observatie-categorieën nog steeds actueel?
○ Is het taalgebruik in de opgaven verouderd of niet langer passend?
○ Zijn er veranderingen in het onderwijsaanbod geweest (bijv. wijzigingen in het curriculum en dus in methodes, toetswijzer en referentiekader)?
○ Zijn er maatschappelijke ontwikkelingen geweest (bijv. verandering munteenheid of nieuw ontstane gevoeligheden)?
Dit kan onderzocht worden door middel van een inhoudsanalyse van de opgaven.
2. Is de normering nog steeds passend en actueel?
○ Functioneren de items of observatiecategorieën nog steeds hetzelfde als bij eerdere indiening? Dat wil zeggen, zijn de psychometrische eigenschappen (p-waarden of IRT itemparameters, en de relatie tussen items of observatiecategorieën en het totale instrument, zoals IRT discriminatie waarden, en/of item/testcorrelaties) nog vergelijkbaar?
○ Zijn items niet te zeer bekend geworden of hebben de onder punt 1 aangehaalde problemen de psychometrische eigenschappen van de items of observatiecategorieën veranderd?
○ Meet het instrument nog steeds op een betrouwbare en valide manier de beoogde vaardigheden van leerlingen?
3. Sluiten de beveiligingsmaatregelen aan bij de actuele richtlijnen?
Indien nodig wordt voor een tussentijdse check zonder wijzigingen in de toelichtingen van bepaalde eisen aanvullende informatie gegeven.
b) Periodieke wijzigingen
Als de inhoud van de toets periodiek wezenlijk verandert en dit in de verantwoording beschreven staat, maakt het CvTE bij de initiële beoordeling met de aanbieder afspraken over de frequentie en omvang van tussentijdse checks. Dit zou bijvoorbeeld bij jaarlijkse verversing van items in een itembank het geval kunnen zijn.
c) Incidentele wijzigingen
Als er incidenteel fundamentele wijzigingen worden voorzien, zoals het vervangen van enkele items, het wijzigen van de afnamevorm (digitaal in plaats van papier) of het wijzigen van de normering (bijvoorbeeld het type normering of een wijziging van de schaal) meldt de aanbieder dit bij het CvTE. Over de relevantie en impact van de veranderingen en de noodzaak van een tussentijdse check, vindt overleg plaats tussen het CvTE en de aanbieder. Afhankelijk van de wijzigingen vindt er al dan niet een extra tussentijdse check plaats of dient de aanbieder de instrumenten (deels) opnieuw in.
- Regeling
- Regeling beoordelingskader voor de toetsen behorende tot leerling- en onderwijsvolgsystemen po
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-03-2025
- BWB-id
- BWBR0047445
- Versie
- 2025-03-01_0