6 — GLMC 6 – Minimale bodembedekking Uitvoeringsregeling GLB 2023
GLMC 6 – Minimale bodembedekking
1. Een landbouwer die percelen uit productie neemt, die niet bedekt worden door spontane opkomst in de periode van 31 mei tot en met 31 augustus en voor het jaar 2024 van 15 juni tot en met 31 augustus, zaait deze percelen in met een groenbemester onder de navolgende voorwaarden:
a. Het betreft een groenbemester, genoemd in onderdeel b, dan wel een mengsel van één of meer groenbemesters, genoemd in onderdeel c, die uiterlijk op 31 mei en voor het jaar 2024 15 juni wordt ingezaaid.
b. Groenbemesters zijn:
– mengsels van grassen,
– phacelia,
– spurrie,
– vlinderbloemigen met uitzondering van bonen en erwten,
– kruisbloemigen, uitgezonderd koolzaad,
– afrikaantjes, of
– solanum sisymbriifolium.
c. Mengsels van één of meer groenbemesters zijn:
– tweezaadlobbige cultuurgewassen in een dichtheid per gewas van ten hoogste 10 procent van de zaaizaadhoeveelheid die gebruikt wordt bij de gangbare teelt van het desbetreffende gewas,
– eenzaadlobbige cultuurgewassen met uitzondering van maïs, in een dichtheid van maximaal 7 kilogram per hectare zaaizaad per soort, met een maximum van 35 kilogram per hectare in totaal, of
– akkerkruiden zoals aangemerkt in de Standaardlijst van de Nederlandse Flora (van der Meijden, 1990) met uitzondering van duist, grote windhalm, oot, melganzevoet, knolcyperus, hanepoot, kweek, kleefkruid, akkermunt, veenwortel, perzikkruid en klein kruiskruid.
d. De groenbemester wordt niet voor 31 augustus door enigerlei vorm van bewerking vernietigd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op percelen die uit productie worden genomen indien:
a. de bodem in de betreffende periode van 31 mei tot 31 augustus wordt bedekt met gewasresten;
b. op last van de minister deze percelen onbegroeid worden gehouden ter bestrijding van quarantaineorganismen; of
c. het perceel geïnundeerd wordt ten behoeve van de bestrijding van ziekten of plagen.
3. Van 16 september tot 1 februari is het niet toegestaan grasland of blijvende teelten te vernietigingen, met uitzondering van:
a. grasland waarbij vernietiging tot 30 november is toegestaan indien direct na de vernietiging in de desbetreffende grond tulp, krokus, iris of muscari wordt geplant;
b. grasland op kleigrond, als vastgesteld in bijlage 1 bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, waarbij vernietiging van 1 november tot en met 31 december is toegestaan, indien de volgende teelt geen gras is;
c. grasland indien direct na de vernietiging landschapselementen worden aangeplant;
d. kwekerijen en boomteelt.
4. Het eerste lid is niet van toepassing indien de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten een beheer uitvoert waardoor hij niet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, kan voldoen.
5. Bij percelen, bedekt met spontane opkomst in de periode van 31 mei tot en met 31 augustus, dient de spontane opkomst minimaal 80 procent van het perceel gelijkmatig te bedekken.
6. Op kleigronden is tussen 1 augustus en 30 november minimaal 80 procent van het bouwland op het bedrijf minimaal 8 weken bedekt met een bodembedekker.
7. Het zesde lid is niet van toepassing:
a. voor bedrijven in de streek Oldambt en het eiland Hoekse waard die op zware kleigrond continuteelt van wintergewassen toepassen; en
b. indien de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten een beheer uitvoert waardoor hij niet aan de voorwaarde kan voldoen.
- Regeling
- Uitvoeringsregeling GLB 2023
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 11-07-2026
- BWB-id
- BWBR0047444
- Versie
- 2026-07-11_0