wetzoeker

Regeling vrijstelling griffierechten voor gedupeerde ouders herstelregelingen kinderopvangtoeslag

Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 17 oktober, nr. 4218030 houdende regels met betrekking tot de vrijstelling van griffierechten voor gedupeerde ouders herstelregelingen kinderopvangtoeslag in procedures in verband met het herstel van gezag (Regeling vrijstelling griffierechten voor gedupeerde ouders herstelregelingen kinderopvangtoeslag)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-12-2024
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0047361
Versie
2024-12-19_0
SHA-256 bron
3a8c121290d898c36b7963ae89e88fe2019b1ea83625b2176dcc18dd472b749d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

Van een ouder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang die als gedupeerde is aangemerkt in het kader van de herstelregelingen kinderopvangtoeslag bij Belastingdienst/Toeslagen wordt geen griffierecht geheven voor de indiening van een verzoek- of verweerschrift in het kader van een procedure in verband met het herstel van het gezag als bedoeld in de artikelen 1:277, 1:278 en 1:274, tweede en derde lid, van het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2

1 Om als gedupeerde ouder, als bedoeld in artikel 1, te worden aangemerkt legt de ouder een kopie van de beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen over waaruit dit blijkt.

2 Indien de ouder op het moment van heffing van griffierecht nog geen beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, legt de ouder een kopie van de bevestiging van de aanmelding bij de Belastingdienst/Toeslagen over. In dat geval wordt geen griffierecht geheven mits de beschikking alsnog wordt overgelegd voordat de rechter einduitspraak heeft gedaan.

3 Indien in een procedure als bedoeld in artikel 1 reeds griffierecht is geheven en de ouder legt alsnog de beschikking als bedoeld in het eerste lid over, dan wordt het griffierecht met terugwerkende kracht op nihil gesteld en teruggestort.

Artikel 3

a. Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2022.

b. Deze regeling vervalt op 31 december 2026.