wetzoeker

5 — Aangifte van verblijf en adres bij terugkeer van een achtergelatene Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)

Aangifte van verblijf en adres bij terugkeer van een achtergelatene

In het geval van terugkeer van bijvoorbeeld een vrouw of kinderen die eerder in het buitenland zijn achtergelaten en van wie, vanwege hun feitelijke verblijf buiten Nederland, het gegeven van hun vertrek uit Nederland in de BRP is opgenomen, geldt de gebruikelijke regeling voor het doen van aangifte van verblijf en adres bij hervestiging in Nederland, waaronder de eis van rechtmatig verblijf. Daarbij kan wat betreft de minderjarige kinderen, de aangifte door één ouder worden gedaan. Dit kan zonder toestemming van de andere ouder (artikel 2.48 Wet BRP).

Regeling
Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
21-10-2022
BWB-id
BWBR0047347
Versie
2022-10-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl