wetzoeker

3.2 — Verschijningsplicht bij aangifte van vertrek Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)

Verschijningsplicht bij aangifte van vertrek

In beginsel is het (nog steeds) zo dat ingezetenen niet persoonlijk hoeven te verschijnen en ook is digitale aangifte mogelijk.

Echter, artikel 2.43, derde lid, Wet BRP, bepaalt dat de vertrekkende personen moeten verschijnen als niet alle op het adres ingeschreven personen (die echtgenoot, geregistreerd partner, levensgezel dan wel bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad zijn van de aangever) mede vertrekken. Deze persoonlijke verschijningsplicht geldt alleen voor degenen die vertrekken en geldt ook voor minderjarigen. Een uitzondering geldt voor degene die ziek is of in detentie verkeert (artikel 30, eerste lid, Besluit BRP).

Gaan alle aldus aan elkaar gerelateerde personen vertrekken, dan hoeft niemand in persoon te verschijnen.

Regeling
Circulaire handelwijze bij vermoedens van huwelijksdwang en achterlating, kinderontvoering, uitbuiting, onttrekking van kinderen aan overheidstoezicht en aangifte van geboorte en medischeverklaring (art. 2.43 en 2.49 Wet BRP)
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
21-10-2022
BWB-id
BWBR0047347
Versie
2022-10-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl