wetzoeker

1.3.2 — Achtergrond internationaalrechtelijke beginselen Beleidsregel toepassen beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning archeologische rijksmonumentenactiviteit

Achtergrond internationaalrechtelijke beginselen

Het belangrijkste verdrag voor de archeologische monumentenzorg is het verdrag van Valletta

3 Het op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen herziene Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Trb. 1992, 32).

.

Het doel van dit verdrag is het archeologisch erfgoed te beschermen als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie, door het zoveel mogelijk in situ (ter plaatse, in of op de bodem) te behouden. Bij rijksmonumenten staat het beginsel van behoud in situ voorop. Het verdrag verplicht namelijk onder meer tot 'de vorming van archeologische reservaten (...) ter wille van het behoud van tastbaar bewijs voor bestudering door toekomstige generaties'

4 Artikel 2, onderdeel ii, van het verdrag van Valletta.

. In het stelsel van Erfgoedwet en Omgevingswet wordt met de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten (artikel 3.1 Erfgoedwet) en de vergunningplicht voor rijksmonumentenactiviteiten (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, Omgevingswet) op nationaal niveau invulling gegeven aan deze verdragsverplichting.

5 Er zijn ook archeologische rijksmonumenten aangewezen ter uitvoering van het werelderfgoedverdrag (de op 16 november 1972 te Parijs tot stand gekomen overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Trb. 1973, 155)). Zo is een deel van werelderfgoed Schokland als rijksmonument beschermd en geldt hetzelfde voor delen van de Romeinse Limes.

Het beginsel van het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ, is ontleend aan artikel 4, onderdeel ii, van het verdrag van Valletta. Door archeologische rijksmonumenten beschikbaar te houden voor de samenleving en wetenschappelijk onderzoek kunnen toekomstige generaties deze bron – eventueel met betere technieken – in zijn oorspronkelijke vorm raadplegen en er hun eigen onderzoeksvragen over stellen. Het bodemarchief laat zich maar één keer verstoren («lezen»), dus hiermee moet terughoudend en zorgvuldig worden omgegaan.

Daarnaast is ook het verdrag van Granada

6 De op 3 oktober 1985 te Granada tot stand gekomen Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa (Trb. 1985, 163). Dit verdrag beoogt onder meer de bescherming van monumenten (bouwwerken of structuren (Eng. ‘buildings and structures’) of créaties (Fr. ‘réalisations’) van opmerkelijk historisch, archeologisch, artistiek, wetenschappelijk, sociaal of technisch belang.

voor archeologische monumenten relevant. Het beginsel van het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van (archeologische) monumenten is ontleend aan artikel 4, tweede lid, van dit verdrag en betreft in dit verband het behoud van het archeologisch monument en zijn monumentale waarden.

Regeling
Beleidsregel toepassen beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning archeologische rijksmonumentenactiviteit
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0047270
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl