wetzoeker

3.1 — Wat toetst een doorstroomtoets bij het terrein Nederlandse Taal? Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO

Wat toetst een doorstroomtoets bij het terrein Nederlandse Taal?

Het Referentiekader onderscheidt voor taal vier domeinen: Mondelinge taalvaardigheid, Lezen, Schrijven, en Begrippenlijst en Taalverzorging. In het terrein Nederlandse taal van de doorstroomtoetsen po is in principe ruimte om alle domeinen te meten, met daarbij de kanttekening dat in ieder geval het domein Lezen en het subdomein Taalverzorging uit het domein Begrippenlijst en Taalverzorging getoetst moeten worden in overeenstemming met artikel 3 van het Toetsbesluit PO. Deze toetswijzer beschrijft de minimaal inhoudelijke kwaliteitseisen voor deze wettelijk verplichte (sub)domeinen, maar beschrijft daarnaast – als richtlijn – ook de kwaliteitseisen voor de optionele domeinen Mondelinge taalvaardigheid, Schrijven en het subdomein Begrippenlijst van het domein Begrippenlijst en Taalverzorging, die ook in de doorstroomtoets aangeboden mogen worden.

Het is niet wettelijk verplicht om de domeinen Mondelinge taalvaardigheid, Schrijven en het subdomein Begrippenlijst uit het domein Begrippenlijst en Taalverzorging te toetsen. Toetsaanbieders zijn vrij om vanuit deze toetswijzer aan de andere domeinen invulling te geven in hun eigen verantwoordingsdocumenten en deze domeinen op te nemen in hun doorstroomtoets. Door ook andere domeinen in de doorstroomtoets op te nemen kan meer recht gedaan worden aan de onderwijsinhouden voor taal en aan het evalueren van de prestaties van leerlingen aan het einde van het basisonderwijs (zie ook paragraaf 3.2 hieronder). Uiteraard blijft het de verantwoordelijkheid van de school om ervoor te zorgen dat de onderdelen die niet door een doorstroomtoets getoetst worden, door kinderen beheerst worden.

Regeling
Regeling toetswijzer doorstroomtoets PO
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0047245
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl