wetzoeker

Besluit vaststelling bedragen per eenheid uitkering gemeentefonds uitkeringsjaar 2019

Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst van 7 juli 2022, nr. 2022-0000354369, tot vaststelling van de bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2019

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-08-2022
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0047010
Versie
2022-08-03_0
SHA-256 bron
91ff47eaca0362df7cb65c3fcf4809e1848b3171a00f8f756e945e94c474d9e6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Bijlage 1 — De bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2019 (bijlage bij artikel 1)

Artikel 1

Voor het uitkeringsjaar 2019 worden de bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Bijlage 1 — De bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2019 (bijlage bij artikel 1)

Bijlage 1 — De bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2019 (bijlage bij artikel 1)

Nr. | Maatstaven | Bedragen in € (tenzij anders aangegeven)

1 | Ozb woningen eigenaren | –0,1000%

1a | Ozb niet-woningen eigenaren | –0,1569%

1b | Ozb niet-woningen gebruikers | –0,1265%

2 | Inwoners | 160,07

3 | Éénouderhuishoudens | 835,35

3a | Éénouderhuishoudens met 2 of meer kinderen | 1.279,81

3b | Éénpersoonshuishoudens | 51,24

3c | Éénpersoonshuishoudens 65 t/m 74 jaar | 15,69

3d | Éénpersoonshuishoudens 75 t/m 84 jaar | 62,77

3e | Éénpersoonshuishoudens 85 jaar en ouder | 109,82

4 | Jongeren | 731,61

5 | Inwoners jonger dan 65 jaar | 4,03

5a | Inwoners 65 jaar en ouder | 100,55

5b | Inwoners 65 t/m 74 jaar | 0,18

5c | Inwoners 75 t/m 84 jaar | 26,44

5d | Inwoners 85 jaar en ouder | 0,18

6a | Inwoners waddengemeenten t/m 2500 | 201,79

6b | Inwoners waddengemeenten van 2501 t/m 7500 | 132,44

6c | Inwoners waddengemeenten vanaf 7501 | 33,62

7 | Huishoudens met laag inkomen | 30,59

7a | Huishoudens met een laag inkomen met drempel | 686,83

7b | Huishoudens | 90,53

7c | Huishoudens met een laag inkomen 65 t/m 74 jaar | 122,86

7d | Huishoudens met een laag inkomen 75 t/m 84 jaar | 491,05

7e | Huishoudens met een laag inkomen 85 jaar en ouder | 858,18

7f | Jongeren in gezinnen met armoederisico | 245,66

8 | Bijstand | 2.132,68

8a | Loonkostensubsidie | 1.941,10

8b | Bijstandshuishoudens met minderjarige kinderen | 659,95

8c | Éénouderhuishoudens die bijstand ontvangen | 1.748,26

8d | Re-integratie klassiek | 334.628,82

9 | Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen particuliere huishoudens | –125,25

9a | Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishoudens met kinderen | –490,17

9b | Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishoudens 65 t/m 74 jaar | 112,06

9c | Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishoudens 75 t/m 84 jaar | 448,31

9d | Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen huishoudens 85 jaar en ouder | 784,53

10 | Medicijngebruik met drempel | 370,01

10a | Ouders met langdurig psychisch medicijngebruik | 3.616,63

10b | Bedden | 0,81

11 | Uitkeringsontvangers | 85,82

11a | Uitkeringsontvangers minus bijstandontvangers | 1.076,99

11b | Wajong | 858,71

12 | Minderheden | 321,78

12a | Minderheden met drempel | 325,13

13 | Klantenpotentieel lokaal | 45,97

14 | Klantenpotentieel regionaal | 23,54

15 | Leerling voortgezet onderwijs | 370,50

15a | Leerling speciale school voor basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | 230,78

15b | Extra groei leerlingen voortgezet onderwijs | 220,56

15c | Achterstandsleerlingen met drempel | 2.312,25

15d | Basisonderwijsleerlingen met leerlinggewicht 0,3 | –1.632,89

15e | Basisonderwijsleerlingen met leerlinggewicht 1,2 | –2.563,65

15f | Extra groei jongeren | 249,86

16 | Land | 41,18

18 | Land * bodemfactor gemeente | 26,89

19 | Binnenwater | 38,02

20 | Buitenwater | 22,97

21 | Oppervlak bebouwing | 595,42

22 | Oppervlak bebouwing woonkern * bodemfactor woonkern | 3.089,24

22a | Oppervlak bebouwing woonkern | 2.302,40

23 | Oppervlak bebouwing buitengebied * bodemfactor buitengebied | 1.524,90

23a | Oppervlak bebouwing buitengebied | 1.936,54

24 | Woonruimten | 57,54

25 | Woonruimten * bodemfactor woonkern | 50,79

27a | Historische kernen eerste groep | 3.222,18

27b | Historische kernen tweede groep | 6.949,64

27c | Historische kernen derde groep | 15.102,84

28 | Historische waterweg | 15,58

29 | Bewoonde oorden 1930 | 31,50

30 | Woningen 1930 in bewoonde oorden | 85,74

31a | ISV, onderdeel a | 6.133.771,60

31b | ISV, onderdeel b | 3.764.536,49

32 | Omgevingsadressendichtheid | 58,58

32a | Omgevingsadressendichtheid met drempel | 23,72

34 | Oeverlengte * bodemfactor gemeente | 11,72

35 | Oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor | 5,82

36 | Meerkernigheid | 9.070,21

36a | Grote woonkernen | 60.233,38

37 | Meerkernigheid * bodemfactor buitengebied | 14.877,08

38 | Bedrijven | 75,58

38a | Belastingcapaciteit niet-woningen | 380,70

39 | Vastbedrag voor iedere gemeente | 249.784,90

40 | Vast bedrag Amsterdam | 104.966.340,63

41 | Vast bedrag Rotterdam | 64.491.778,38

42 | Vast bedrag Den Haag | 51.002.420,84

43 | Vast bedrag Utrecht | 30.708.535,84

44 | Vast bedrag Waddengemeenten | 150.164,11

44a | Vast bedrag Baarle-Nassau | 249.784,90