wetzoeker

4.3.4 — Kwaliteitsaspect 4 – Pedagogisch-didactisch handelen Besluit intrekking onderzoekskaders 2017 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2022 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs

Kwaliteitsaspect 4 – Pedagogisch-didactisch handelen

Onderzoekscriterium 4:

Het pedagogisch-didactisch handelen van de leraren stelt leerlingen in staat tot leren en ontwikkelen.

De beoordeling of het pedagogisch-didactisch handelen van leraren leerlingen in staat stelt tot leren en ontwikkelen, vindt plaats aan de hand van twee subcriteria:

4.1 De inrichting van het onderwijs maakt een ononderbroken ontwikkelproces mogelijk

6 zijn op grond van artikel 1a1 van de Leerplichtwet 1969 onderdeel van de norm.

;

4.2 De leraren stemmen het onderwijsleerproces af op de voortgang in ontwikkeling van leerlingen

6 zijn op grond van artikel 1a1 van de Leerplichtwet 1969 onderdeel van de norm.

.

Toelichting

Vertrekpunt voor de beoordeling van de kwaliteit van het pedagogisch-didactisch handelen is de visie en daarvan afgeleide uitgangspunten van de school.

De doelen en ambities van de school staan centraal. Scholen verschillen sterk in de wijze waarop ze tegen ‘onderwijs en leren’ aankijken. De wijze waarop de inspectie tot haar kwaliteitsoordeel komt, kan daarom ook van school tot school verschillen. Het onderwijs dient zo te zijn ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelproces kunnen doorlopen (artikel 8, eerste lid, WPO). Het pedagogisch- didactisch handelen moet dus passen bij het ontwikkelniveau van de leerlingen en met hen meegroeien (subcriterium 4.1).

Daarbij mag van leraren worden verwacht dat zij hun pedagogisch-didactisch handelen afstemmen op de kenmerken, onderwijsbehoeften en mogelijkheden van hun leerlingen (artikel 8, eerste lid, WPO). Verschillen in ontwikkeling tussen leerlingen hebben consequenties voor de wijze van instructie en het (abstractie)niveau van de instructie. Verschillen tussen leerlingen bepalen ook de meest geëigende organisatievorm, de werkvormen en het tempo van de verschillende activiteiten (subcriterium 4.2).

De inspectie beoordeelt de kwaliteit van het pedagogisch-didactisch handelen op een wijze die past bij de eigen opvattingen van het bevoegd gezag over ‘onderwijzen en leren’. De inspectie sluit aan bij de opvattingen van de school op dit punt.

Belangrijke bronnen die de inspectie ter verificatie

gebruikt zijn: bijwonen van (onderwijs)leersituaties, gesprekken met leraren en het team van leraren, gesprekken met leerlingen en bekijken van leerlingenwerk.

Regeling
Besluit intrekking onderzoekskaders 2017 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2022 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2022
BWB-id
BWBR0046994
Versie
2022-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl