4.3.3 — Kwaliteitsaspect 3 – Schoolklimaat Besluit intrekking onderzoekskaders 2017 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2022 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs
Kwaliteitsaspect 3 – Schoolklimaat
Onderzoekscriterium 3:
Het schoolklimaat leidt tot een leeromgeving die volgens maatschappelijk breed gedragen uitgangspunten veilig en motiverend is.
De beoordeling of het pedagogisch handelen van leraren leidt tot een veilige en motiverende leeromgeving vindt plaats aan de hand van vier subcriteria:
3.1 De school draagt zorg voor de fysieke, psychische en sociale veiligheid van de leerlingen
6 zijn op grond van artikel 1a1 van de Leerplichtwet 1969 onderdeel van de norm.
;
3.2 De leraren bevorderen het zelfvertrouwen van de leerlingen;
3.3 De leraren bevorderen dat leerlingen op een respectvolle wijze met elkaar omgaan;
3.4 De leraren/de leerlingen handhaven de afgesproken gedragsregels.
3.5 De school draagt zorg voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtstaat, en creëert daarmee een omgeving waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met deze waarden en draagt voorts zorg voor een omgeving waarin leerlingen en personeel zich veilig en geaccepteerd weten, ongeacht de in artikel 8, derde lid, onder c, WPO genoemde verschillen.
6 zijn op grond van artikel 1a1 van de Leerplichtwet 1969 onderdeel van de norm.
Toelichting
De school is verplicht om zorg te dragen voor de fysieke, psychische en sociale veiligheid van leerlingen (art. 4c WPO). Daartoe monitort de school jaarlijks door middel van een objectief instrument (bijvoorbeeld een vragenlijst) de veiligheidsbeleving en het welbevinden van de leerlingen.
Daarnaast hoort de school een veiligheidsbeleid te hebben, en is er iemand aangewezen die als aanspreekpunt in het kader van pesten fungeert en het beleid op dat gebied coördineert (subcriterium 3.1).
De WPO stelt in artikel 8 lid 2 naast de cognitieve ontwikkeling mede als uitgangspunt en doel van het onderwijs de emotionele ontwikkeling en het verwerven van sociale vaardigheden. De sociaal- emotionele ontwikkeling is te beschrijven als een reeks ontwikkelingstaken: taken die het kind moet oplossen om zich verder te kunnen ontwikkelen. Hierbij moet het kind een beroep kunnen doen op hulp en ondersteuning van zijn omgeving. Het moet op zijn omgeving kunnen vertrouwen. Vanuit een veilige situatie zal het kind de wereld durven en willen verkennen om zo nieuwe ervaringen op te doen. Op basis van deze ervaringen ontwikkelt zich bij het kind zelfvertrouwen, een gevoel iets te kunnen (competentie). De emotionele ontwikkeling is daarmee gerelateerd aan de sociale context en met name aan de interacties daarbinnen. Ontwikkeling van sociale vaardigheden staat verder in dienst van het leren omgaan met de ander(en) en het andere, het leren omgaan met verschillen binnen onze samenleving (artikel 8 lid 3 en 3a WPO). Het pedagogisch klimaat is bij uitstek een kwaliteitsaspect waarop particuliere scholen voor primair onderwijs zich met een eigen profiel onderscheiden. De algemene eisen die ten grondslag liggen aan een veilig pedagogisch en/of schoolklimaat zijn echter breed gedragen. Zo verwijst het pedagogisch klimaat naar de manier waarop leraren met leerlingen omgaan en leerlingen onderling. Van leraren mag worden verwacht dat zij positief bijdragen aan het zelfvertrouwen van leerlingen (subcriterium 3.2 – stimulerend).
Van leraren mag verder worden verwacht dat zij zorg dragen en/of zich inzetten
voor veilige relaties. Leraren zijn in de sociale omgang met leerlingen en met elkaar een voorbeeld voor leerlingen. Leraren bevorderen het onderling respect bij leerlingen. Ze bevorderen dat leerlingen zich gedragen volgens algemeen geaccepteerde normen en waarden, verschillen in levenshouding en cultuur respecteren, rekening houden met gevoelens en wensen van anderen. Ze besteden (preventief) aandacht aan onderwerpen als vooroordelen, pesten, intimideren en geweld (subcriterium 3.3 – stimulerend).
Tot slot is van belang dat op school heldere regels en gedragscodes zijn afgesproken voor leerlingen en leraren. Van leraren en/of leerlingen wordt verwacht dat zij de afgesproken gedragsregels handhaven. Leraren en/of leerlingen treden – indien nodig – tijdig corrigerend op en spreken elkaar zo nodig aan op hun gedrag. Leraren en/of leerlingen reageren alert en tolereren niet dat leerlingen elkaar uitlachen, pesten of intimideren (subcriterium 3.4 – stimulerend).
De school bereidt de leerlingen voor op het leven in de maatschappij. Hiervoor creëert de school een oefenplaats die de leerlingen ondersteunt bij het ontwikkelen van sociale en maatschappelijke competenties. In de school doen leerlingen ervaring op met de omgang met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de pluriforme samenleving. De school draagt zorg voor een schoolklimaat dat in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en bijdraagt aan de bevordering daarvan (subcriterium 3.5).
Belangrijke bronnen die de inspectie ter verificatie gebruikt zijn: bijwonen van les-, leer en/of spelsituaties, gesprekken met leraren, leerlingen en ouders c.q. verzorgers en documentenanalyse.
- Regeling
- Besluit intrekking onderzoekskaders 2017 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2022 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2022
- BWB-id
- BWBR0046994
- Versie
- 2022-08-01_0