wetzoeker

3.2.1 — De risicoanalyse Besluit intrekking onderzoekskaders 2017 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2022 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs

De risicoanalyse

De eerste stap in het toezicht is, op grond van artikel 11, eerste en tweede lid, van de WOT, een risicoanalyse. Aan de hand van het schoolplan, de leerresultaten

9 Waar dit kader spreekt over ‘leerresultaten’ wordt gedoeld op artikel 2.51 WVO 2020 dat spreekt van toetsen en examens. Centrale examens zijn niet aan de orde voor het niet bekostigd B3 onderwijs. Van deze scholen wordt verwacht dat zij voorbereiden op het vervolgonderwijs. Daarom spreken we in dit kader van ‘ontwikkelresultaten’. Met ontwikkelresultaten wordt gedoeld op de opbrengsten van het onderwijs. Dat is dus breder dan de eventuele toets- en examenresultaten.

, de monitor van de veiligheidsbeleving en eventuele signalen wordt onderzocht of de school risico’s kent. Daarbij wordt onderzocht of er mogelijk sprake is van tekortkomingen in de naleving van de wettelijke voorschriften.

Veel niet bekostigde scholen kunnen geen leerresultaten overleggen aan de inspectie. Hiertoe zijn zij ook niet verplicht. Daarom wordt aan scholen jaarlijks ook een vragenlijst toegezonden waarin gevraagd wordt naar de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen, hun veiligheidsbeleving en naar de invulling van de naleving van de wettelijke voorschriften.

Indien nodig wordt aanvullende informatie opgevraagd bij de school. Als geen risico’s worden geconstateerd, onderneemt de inspectie geen verdere actie en handelt vanuit vertrouwen. Indien bovenstaande niet leidt tot een compleet beeld kan de inspectie een gesprek aangaan met het bestuur of een bezoek aan de school brengen. Als de risicoanalyse leidt tot een redelijk vermoeden van tekortschietende kwaliteit, of tot vragen over de naleving van wettelijke voorschriften, wordt een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd.

Het eerste kwaliteitsonderzoek vindt altijd plaats binnen een jaar na het zogeheten adviesbezoek. Omdat doorgaans geen oordeel kan worden gegeven op basis van het centraal examen, alsmede vanwege vaak wisselende omstandigheden op veel scholen, wordt in principe elke twee jaar een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Als de school laat zien dat er sprake is van stabiele kwaliteit kan het kwaliteitsonderzoek minder frequent plaatsvinden, maar in elk geval eens in de vier jaar.

Specifiek onderzoek

Op grond van artikel 15 van de WOT kan de inspectie te allen tijde uit eigen beweging of op verzoek van de minister een specifiek onderzoek instellen. De aanleiding tot een specifiek onderzoek kan een signaal zijn van een mogelijk ernstige misstand. De inspectie behandelt in beginsel geen klachten over scholen. Wel kan de inspectie klachten als een signaal van een mogelijke misstand of ernstig structureel probleem opvatten. In die gevallen kan de inspectie overgaan tot een (onaangekondigd) specifiek onderzoek. Signalen van mogelijke misstanden worden altijd geregistreerd en in het schooldossier opgenomen.

Regeling
Besluit intrekking onderzoekskaders 2017 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2022 niet bekostigd primair onderwijs en voortgezet onderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2022
BWB-id
BWBR0046994
Versie
2022-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl