wetzoeker

6 — Manometers Regeling meetmiddelen politie 2022

Manometers

6.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. resulterende meetwaarde: het uit het verloop van de druk als functie van de tijd berekende gemiddelde resultaat van de druk;

b. grenswaardesignalering: een inrichting waarmee een akoestische of optische signalering wordt gegeven zolang de meetwaarde een bepaalde instelbare waarde heeft;

c. bandenspanning: luchtdruk in voertuigband.

6.2 Manometers zijn ingedeeld in Categorie C.

6.3 Een registrerende manometer is voorzien van een handleiding waarin, naast de informatie bedoeld in 2.3, de wijze van plaatsing van de manometer is opgenomen, waarbij het volgende wordt belicht:

a. verbinding met het remluchtsysteem van het voertuig;

b. vertragingen als gevolg van leidinglengte;

c. indien van toepassing: de beperkingen in het gebruik en de betekenis van een resulterende meetwaarde.

6.4 Een elektronische manometer is voorzien van een controle-inrichting waarmee door de gebruiker een druk kan worden gesimuleerd en waarmee de juiste werking van het instrument kan worden gecontroleerd. Tijdens deze controle moeten alle circuits worden gecontroleerd die een invloed kunnen hebben op de nauwkeurigheid van de aanwijzing. De omzetting van aangebrachte druk naar een elektrisch signaal mag hiervan zijn uitgezonderd.

6.5.1 De maximale fout in de aanwijzing of de registratie bedraagt voor nieuwe manometers:

– 10 kPa voor een druk niet groter dan 500 kPa;

– 2% van de werkelijke druk voor drukken groter dan 500 kPa.

6.5.2 De maximale fout in de aanwijzing of de registratie bedraagt voor manometers in gebruik:

– 12,5 kPa voor een druk niet groter dan 500 kPa;

– 2,5% van de werkelijke druk voor drukken groter dan 500 kPa.

6.5.3 De maximale fouten gelden zowel voor toenemende als voor afnemende druk.

6.5.4 Het maximale verschil tussen twee aanwijzingen voor eenzelfde druk, waarbij één aanwijzing bij toenemende druk en de andere aanwijzing bij afnemende druk is verkregen bedraagt 10 kPa.

6.5.5 De maximale fout in de juistheid van een grenswaardesignalering, uitgedrukt als de afwijking tussen de door de manometer gemeten waarde en ingestelde waarde bedraagt 10 kPa.

6.5.6 De maximale fout in de meettijd voor de aanwijzing van een verandering in de aangebrachte druk ter grootte van het gehele aanwijsbereik bedraagt 0,1 s.

6.6.1 De gemeten druk moet worden weergegeven in Pa of in bar.

6.6.2 Een manometer mag zijn voorzien van een grenswaardesignalering indien deze werkt als signalering voor het bereiken van een ingestelde minimumwaarde of signalering voor een waarde die zich in een ingesteld meetwaardegebied bevindt.

6.6.3 Een manometer mag zijn voorzien van een voor de gebruiker toegankelijke nulstelinrichting.

6.7 Een registrerende manometer voldoet aan de volgende extra eisen:

a. een registrerende manometer geeft het verloop van de druk over ten minste 5 s weer in de vorm van een analoge registratie en/of door middel van een meetwaardentabel;

b. de maximale fout in de registratie van de meettijd bedraagt 2% van de werkelijke meettijd;

c. voor een registrerende manometer die deel uitmaakt van een remvertragingsmeter bedraagt de maximale fout in de registratie van het moment van gelijktijdige optredende veranderingen in de druk en de remvertraging 0,1 s.

6.8 Een analoge registratie van een registrerende manometer voldoet aan de volgende voorwaarden:

a. vindt plaats op voor het doel geschikt materiaal met voldoende bestendigheid tegen vocht, vuil en temperatuurinvloeden;

b. Indien de analoge registratie van de druk de aanwijzing van de manometer vormt, dan wel kennelijk bedoeld is om gebruikt te worden voor de vaststelling van de optredende druk, komt zowel een verandering van 100 kPa als een tijdsverloop van 1 s overeen met een verandering in registratiepositie van ten minste 5 mm;

c. Indien de analoge registratie slechts bedoeld is om te worden benut voor een globale informatie over het verloop van de druk mag de verandering in de registratiepositie, bedoeld in het tweede lid, niet minder zijn dan 2,5 mm.

6.9.1 Een registrerende manometer levert, indien de analoge presentatie niet voldoet aan de eis bedoeld in 6.8 onder b, na elke meting een meetwaardentabel waarin het verloop van de druk als functie van de tijd wordt weergegeven.

6.9.2 De registratie van de druk vindt plaats met een interval tussen de verschillende meetwaarden van ten hoogste 0,1 s.

6.9.3 Indien de registrerende manometer deel uitmaakt van een remvertragingsmeter en een resulterende meetwaarde presenteert, is deze resulterende meetwaarde het gemiddelde van alle meetwaarden verkregen in de meetperiode, bedoeld in 4.1.8.3.

Regeling
Regeling meetmiddelen politie 2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
21-07-2022
BWB-id
BWBR0046949
Versie
2022-07-21_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl