wetzoeker

Aanwijzing wijzigingen beschikbaarheidbijdrage academische zorg met betrekking tot wetenschap en compartimenten

Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 juni 2022, kenmerk 3381555-1030850-PZO, inzake wijzigingen beschikbaarheidbijdrage academische zorg met betrekking tot wetenschap en compartimenten

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2022
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0046870
Versie
2022-09-01_0
SHA-256 bron
2c8023b891dbb47066a567a91b6b5b7bb3de80292874f93404750e09e0b15d27

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

– aanwijzing 2019: Aanwijzing inclusief bijlage van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2019, kenmerk 1533873-190928-PZo, inzake hervorming beschikbaarheidbijdrage academische zorg (Staatscourant 2019, nr. 53867);

– academische zorg: zorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 2, van de Bijlage;

– beschikbaarheidbijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;

– Besluit: Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG;

– Bijlage: bijlage, behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit;

– zorgautoriteit: Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg;

Artikel 2

Deze aanwijzing is van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor academische zorg.

Artikel 3

1 De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2023 overeenkomstig de aanwijzing 2019 beschikbaarheidbijdragen vast voor academische zorg, met dien verstande dat het label wetenschap zoals bedoeld in de aanwijzing 2019 onderdeel wordt van het deel van de beschikbaarheidbijdrage die betrekking heeft op het gedeelte ontwikkeling en innovatie (O&I) zoals bedoeld in de aanwijzing 2019.

2 De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2023 overeenkomstig de aanwijzing 2019 beschikbaarheidbijdragen vast voor academische zorg, met dien verstande dat compartiment a zoals bedoeld in de aanwijzing 2019 in zijn geheel komt te vervallen en in compartiment b zoals bedoeld in de aanwijzing 2019 de zinsnede ‘niet zijnde academische ziekenhuizen’ komt te vervallen. Alle overige voorwaarden uit de aanwijzing 2019 blijven gelden.

3 De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en regels vast.