wetzoeker

2.2 — Ondergrens vervolging en instellen snelheidsmeters Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen

Ondergrens vervolging en instellen snelheidsmeters

Om te voorkomen dat de gemeten snelheid na aftrek van de meetcorrectie te dicht bij de toegestane maximumsnelheid ligt, wordt pas opgetreden als de gemeten snelheid verminderd met de voorgeschreven correctie van 3 km/u c.q. 3 procent, de toegestane maximumsnelheid met 4 km/u of meer overschrijdt.

De snelheidsmeters zoals genoemd onder 2.1 van deze aanwijzing moeten dus als volgt worden ingesteld:

Maximumsnelheid | Snelheidsmeter instellen op | Correctie | Beschikking

30 km/u | 37 km/u | -3 | 34 km/u

50 km/u | 57 km/u | -3 | 54 km/u

80 km/u | 87 km/u | -3 | 84 km/u

100 km/u | 108 km/u | -4 | 104 km/u

120 km/u | 128 km/u | -4 | 124 km/u

130 km/u | 139 km/u | -5 | 134 km/u

Wegwerkzaamheden | Snelheid + 7 | -3

Als de voor een weg geldende snelheidslimiet niet past bij de infrastructuur van de weg, moet met de wegbeheerder worden overlegd over de mogelijkheid om de maximumsnelheid aan te passen aan de omstandigheden of om de weg zodanig in te richten dat deze uitnodigt om de daar geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.

Regeling
Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046820
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl