wetzoeker

1 — Meting van snelheidsovertredingen Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen

Meting van snelheidsovertredingen

Plaats meetlocatie snelheidsmetingen

De snelheid van voertuigen moet zijn aangepast direct op de plaats waar een lagere maximumsnelheid gaat gelden

1 Hof Leeuwarden 18 april 2001, ECLI:NL:GHLEE:2001:16, WAHV 00/00267. ‘Mede gelet op de toelichting op art. 19 RVV1990 vloeit uit het bepaalde in art. 5 WVW1994 en art. 19 RVV1990, gelezen in onderling verband en samenhang, voort dat een bestuurder zijn snelheid steeds zodanig dient te regelen, dat hij in staat is borden zo tijdig waar te nemen dat hij zijn weggedrag tijdig aan de door die borden gegeven ge- of verboden, waarschuwingen of andere informatie kan aanpassen.’

. Desalniettemin is staand beleid dat een minimumafstand in acht genomen wordt tussen de plaats van inwerkingtreding van de lagere maximumsnelheid tot de meetplaats. Voor het bepalen van deze minimumafstand wordt geen rekening gehouden met de voor het gebod geldende maximumsnelheid. Het uitgangspunt is immers dat de snelheid bij het passeren van het gebod moet zijn aangepast en derhalve wordt bij het bepalen van de afstand tussen gebod en meetplaats uitgegaan van de uit het gebod volgende maximumsnelheid.

De minimale afstanden tussen gebod en meetplaats zijn:

15 km/u | 4 m/s | 40 meter afstand

30 km/u | 8 m/s | 80 meter afstand

50 km/u | 14 m/s | 140 meter afstand

60 km/u | 17 m/s | 170 meter afstand

70 km/u | 19 m/s | 190 meter afstand

80 km/u | 22 m/s | 220 meter afstand

90 km/u | 25 m/s | 250 meter afstand

100 km/u | 28 m/s | 280 meter afstand

120 km/u | 33 m/s | 330 meter afstand

Dezelfde afstanden moeten worden gebruikt tussen de meetplaats en de plaats waarop het gebod dat door middel van de snelheidsmeter wordt gehandhaafd eindigt als daarna een hogere maximumsnelheid gaat gelden. Hierbij moet worden uitgegaan van de ter plaatse geldende lagere maximumsnelheid. Bij kruisingen

2 Hof Leeuwarden 21 september 2006, ECLI:NL:GLEE:2006:AZ5513. De ratio van de snelheidsbeperking tot 70 km per uur bij kruisingen als de onderhavige is niet slechts gelegen in het de bestuurder nopen tijdig te reageren op de verplichting zijn voertuig voor het rode verkeerslicht tot stilstand te brengen, maar ook in het met die gematigde snelheid de kruising op te rijden. Nu daaraan niet is voldaan is niet relevant op welke afstand van de kruising het bord G3(autoweg) zich bevindt.

en in bijzondere omstandigheden kan hier van worden afgeweken.

NB: De in de tabel vermelde afstanden betreffen de minimale afstanden. Om aan deze eis te voldoen, zonder gebruik te maken van de tabel, kan de ter plaatse toegestane snelheid worden vermenigvuldigd met het getal drie. Deze formule geldt voor alle in de tabel vermelde snelheden. Bijvoorbeeld: Toegestaan 80 km/u. De afstand tussen gebod en meetplaats wordt dan via deze formule: 80 x 3 = 240 m.

Regeling
Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046820
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl