wetzoeker

1 — Algemene uitgangspunten bij de inzet van de rijksrecherche Aanwijzing taken en inzet rijksrecherche

Algemene uitgangspunten bij de inzet van de rijksrecherche

De rijksrecherche is van oudsher een opsporingsinstantie met een speciale taak. Zij richt zich op de opsporing van door ambtenaren/overheidsfunctionarissen gepleegde misdrijven. Niet alle door deze functionarissen gepleegde misdrijven worden echter door de rijksrecherche onderzocht. Haar taken en inzet zijn afgebakend. Het doel van deze aanwijzing is dan ook ervoor te zorgen dat de rijksrecherche met name opereert op het terrein van die strafbare feiten die in ernstige mate de integriteit van de rechtspleging en het openbaar bestuur raken. De rijksrecherche wordt in beginsel niet belast met disciplinaire (integriteits)onderzoeken. De rijksrecherche voert oriënterende onderzoeken, feitenonderzoeken als bedoeld in artikel 511a Wetboek van Strafvordering en opsporingsonderzoeken uit. Voor de oriënterende onderzoeken geldt dat het moet gaan om onderzoeken naar gedragingen, feiten en omstandigheden waaraan een strafrechtelijk aspect kleeft. Feitenonderzoeken zoals bedoeld in artikel 511a Wetboek van Strafvordering zijn onderzoeken gericht op de vraag of het door een opsporingsambtenaar toegepaste geweld in overeenstemming is met de geweldsinstructie. Bij een oriënterend onderzoek kunnen geen opsporingsbevoegdheden of dwangmiddelen worden ingezet, bij een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 511a Wetboek van Strafvordering kan dat wel. De opsporingsonderzoeken die de rijksrecherche doet richten zich op de opsporing van misdrijven; voor (uitsluitend) overtredingen wordt de rijksrecherche niet ingeschakeld.

Bij besluit van het College van procureurs-generaal van 16 januari 2001 is de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (CCR) ingesteld. De CCR – voorgezeten door het lid van het College van procureurs-generaal dat belast is met de portefeuille rijksrecherche – beslist uiteindelijk over de inzet van de rijksrecherche, bepaalt het beleid voor de inzet van de rijksrecherche en toetst waar nodig de prioritering van de inzet van de rijksrecherche door de directie van de rijksrecherche en de landelijk coördinerend officier van justitie rijksrecherche (LOvJ RR)

1 Landelijk Parket, Team Informatie en Operationele Coördinatie (TIOC).

.

De rijksrecherche kan gelet op haar bijzondere expertise bijstand verlenen aan andere opsporingsdiensten. De rijksrecherche kan op grond van artikel 60 van de Politiewet zelf ook bijstand vragen van de politie.

Regeling
Aanwijzing taken en inzet rijksrecherche
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046819
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl