wetzoeker

4.3 — Het kwaliteitsdelict van art. 372 Sr en de tenlastelegging Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar

Het kwaliteitsdelict van art. 372 Sr en de tenlastelegging

Per 1 juli 2022 bevat het Wetboek van Strafrecht met art. 372 een kwaliteitsdelict dat verwijtbare schending van de geweldsinstructie met bepaalde gevolgen – enig lichamelijk letsel, zwaar lichamelijk letsel of de dood – strafbaar stelt.

14 De bepaling is niet van toepassing op geweld dat alleen pijn en geen letsel heeft veroorzaakt. De Minister heeft aangegeven geen aanleiding te zien om deze gevallen onder de reikwijdte van art. 372 Sr te brengen. De Minister is van oordeel dat er in die gevallen voldoende mogelijkheden zijn om disciplinaire maatregelen te nemen (Kamerstukken I 2020–21, 34 641, nr. F, p. 20–21).

De achtergrond hiervan is dat de beoordeling van door opsporingsambtenaren in de functie toegepast geweld zich in beginsel dient te richten op de vraag of in overeenstemming met de geweldsinstructie is gehandeld, niet over de vraag of er sprake is van schuld of opzet aan een algemeen geweldsmisdrijf. Tegelijkertijd geldt dat wanneer een opsporingsambtenaar geweld aanwendt, vrijwel steeds sprake zal zijn van (voorwaardelijk) opzet op de gevolgen hiervan. Dit betekent dat het handelen in strijd met de geweldsinstructie zowel onder reikwijdte van art. 372 Sr als onder de delictsomschrijving van een algemeen geweldmisdrijf kan vallen. Het is aan de officier van justitie als dominus litis om te bepalen ter zake van welk delict wordt vervolgd. In algemene zin geldt dat art. 372 Sr is bedoeld voor gevallen waarin de opsporingsambtenaar een verwijtbare inschattingsfout heeft gemaakt of verwijtbaar onvoorzichtig is geweest en daardoor geweld toepaste dat niet conform de geweldsinstructie was. Vervolging van een opsporingsambtenaar ter zake van een algemeen geweldsmisdrijf vindt in beginsel uitsluitend plaats bij een opzettelijke (en forse) schending van de geweldsinstructie. In die gevallen is geen plaats voor toepassing van een specifiek op opsporingsambtenaren toegesneden beoordelingskader. Bij het opstellen van de tenlastelegging kiest de officier van justitie tussen het kwaliteitsdelict of de algemene geweldsdelicten: een primair-subsidiair, cumulatief en/of alternatief tenlasteleggen is ingevolge art. 261a Sv onmogelijk.

Regeling
Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046816
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl