wetzoeker

4.1 — De vervolgingsbeslissing en de Adviescommissie Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar

De vervolgingsbeslissing en de Adviescommissie

De zaaksofficier van justitie legt zijn of haar afdoeningsvoorstel voor aan de hoofdofficier van justitie in het arrondissement waar het geweldgebruik heeft plaatsgevonden. De hoofdofficier van justitie beoordeelt of het geweldgebruik rechtmatig is geweest en beslist over de vervolging van de opsporingsambtenaar. Indien het een voorval betreft waarbij gebruikgemaakt is van een vuurwapen met enig lichamelijk letsel tot gevolg en waarnaar door de rijksrecherche onderzoek is verricht, legt de hoofdofficier van justitie de beoordeling en de voorgenomen afdoeningsbeslissing voor intercollegiale toetsing voor aan de Adviescommissie politieel vuurwapengebruik. Deze interne adviesaanvraag, in de vorm van een ambtsbericht, is verplicht en gaat vergezeld van een kopie van de processen-verbaal van de rijksrecherche (met alle daarbij behorende stukken). De Adviescommissie beoordeelt het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie, verwoordt de toedracht op grond van de ontvangen processen-verbaal en adviseert zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst over de voorgenomen beslissing. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om andere schietincidenten facultatief voor te leggen aan de Adviescommissie. Het oordeel van de Adviescommissie is niet bindend, maar bedoeld om uniformiteit in de beoordelingen te bewerkstelligen. De hoofdofficier van justitie informeert de zaaksofficier van justitie over zijn of haar afdoeningsbeslissing en stelt de zaak in diens handen. De zaaksofficier van justitie doet onverwijld schriftelijk mededeling van de afdoeningsbeslissing aan de opsporingsambtenaar en stelt de rijksrecherche zo spoedig mogelijk in kennis.

Regeling
Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046816
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl