wetzoeker

3.3 — Feitenonderzoek of regulier opsporingsonderzoek Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar

Feitenonderzoek of regulier opsporingsonderzoek

Indien een opsporingsambtenaar van de geweldsbevoegdheid gebruikgemaakt heeft, kan de officier van justitie op grond van art. 511a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) een feitenonderzoek gelasten. Het feitenonderzoek is, anders dan een opsporingsonderzoek, gericht op de vraag of het geweldgebruik in overeenstemming met de geweldsinstructie

9 De geweldsinstructie is gedefinieerd in artikel 90novies Wetboek van Strafrecht.

is geweest, en dus niet gericht op de vraag of de opsporingsambtenaar een strafbaar feit heeft gepleegd. De opsporingsambtenaar wordt in het feitenonderzoek niet aangemerkt als verdachte, noch als getuige.

10 De opsporingsambtenaar wordt gehoord als de ambtenaar als bedoeld in art. 27, derde lid, Sv.

Het uitgangspunt is dat een melding als bedoeld in art. 18, tweede lid, Ambtsinstructie binnen een feitenonderzoek wordt onderzocht. Dit is alleen anders indien er direct rechtens relevante twijfel bestaat over de vraag of de opsporingsambtenaar in overeenstemming met de geweldsinstructie heeft gehandeld en een beroep op een (andere) strafuitsluitingsgrond niet aan de orde lijkt. Het gaat hierbij om twijfel bij de zaaksofficier van justitie. Te denken valt aan de situatie waarin uit de feiten en omstandigheden een ernstig vermoeden voortvloeit dat de opsporingsambtenaar niet conform de geweldsinstructie heeft gehandeld, bijvoorbeeld omdat het geweld buitensporig lijkt te zijn geweest. In dat geval staat het de zaaksofficier van justitie vrij om direct een regulier opsporingsonderzoek te gelasten. Daarnaast kunnen de uitkomsten van een feitenonderzoek ertoe leiden dat dusdanige twijfel over de rechtmatigheid van het aangewende geweld ontstaat, dat de zaaksofficier van justitie alsnog een regulier opsporingsonderzoek gelast. De verklaringen die de opsporingsambtenaar gedurende het feitenonderzoek heeft afgelegd kunnen onverkort worden gebruikt in een regulier opsporingsonderzoek, omdat de opsporingsambtenaar als ambtenaar bedoeld in art. 27 lid 3 Sv dezelfde rechten toekomt als een verdachte, waaronder het zwijgrecht. Het ligt evenwel in de rede dat de opsporingsambtenaar opnieuw wordt gehoord als verdachte en in de gelegenheid wordt gesteld te reageren op de bevindingen uit het feitenonderzoek die aanleiding hebben gegeven om een regulier opsporingsonderzoek te gelasten. De zaaksofficier van justitie doet van de beslissing, om na afronding van het feitenonderzoek een opsporingsonderzoek in te stellen, onverwijld schriftelijk mededeling aan de opsporingsambtenaar.

Regeling
Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046816
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl