wetzoeker

1 — Achtergrond Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar

Achtergrond

Met de inwerkingtreding van de Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar (hierna: de wet)

2 Stb. 2021, 233.

en de wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie)

3 Stb. 2021, 46.

tweede tranche op 1 juli 2022 is de stelselherziening geweldsaanwending opsporingsambtenaar voltooid. De gedachte achter de stelselherziening is dat geweldgebruik door opsporingsambtenaren langs de juiste meetlat moet worden gelegd. Indien een opsporingsambtenaar zich in de uitoefening van zijn functie genoodzaakt ziet geweld te gebruiken, kan daardoor de delictsomschrijving van een algemeen geweldsdelict zoals mishandeling of doodslag worden vervuld. Opsporingsambtenaren zijn echter niet alleen bevoegd om (gepast) geweld te gebruiken; in voorkomende gevallen wordt dit juist van hen verwacht. Waar burgers zich uit een gevaarlijke situatie kunnen terugtrekken, wordt van opsporingsambtenaren juist verwacht dat zij actief optreden om de situatie te beëindigen. Dit betekent dat zij zich in een kwetsbare positie bevinden. Aan die positie wordt onvoldoende recht gedaan indien opsporingsambtenaren zich, naar aanleiding van het in de functie toegepast geweld, direct in termen van het strafrecht moeten verantwoorden en uitsluitend ter zake van algemene geweldsmisdrijven kunnen worden vervolgd. De wet brengt hierin verandering door de introductie van een onderzoeks- en beoordelingskader dat is toegesneden op functiegerelateerd geweldgebruik door opsporingsambtenaren.

Regeling
Aanwijzing geweldsaanwending opsporingsambtenaar
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046816
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl