wetzoeker

7.1 — Kwijtschelding schuldig gebleven koopsom Schenk- en erfbelasting, waardering

Kwijtschelding schuldig gebleven koopsom

Een verkrijging van een woning wordt voor de Successiewet gewaardeerd op de WOZ-waarde.

In het arrest van de Hoge Raad van 26 februari 2016 ging het om de vraag of deze WOZ-waarde ook geldt als de woning niet is geschonken maar is verkocht tegen een koopsom gelijk aan de WEV, waarbij in de akte van levering een deel van de koopsom is kwijtgescholden

5 Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:319.

. In dit geval werd 16% van de koopsom kwijtgescholden. De rechtsvraag was of het object van schenking de woning of het bedrag van de kwijtschelding is. De Hoge Raad oordeelde in het voorliggende geval dat bij verkoop van de woning tegen een koopsom gelijk aan de WEV gevolgd door kwijtschelding van een deel van de koopsom, het object van schenking niet de woning is, maar de kwijtschelding. De waarde van hetgeen geschonken is, is het kwijtgescholden bedrag. Waardering van de woning met toepassing van het waarderingsvoorschrift van artikel 21, vijfde lid, Successiewet is dan ook niet aan de orde. Het samenstel van rechtshandelingen, namelijk de verkoop van een woning gevolgd door de kwijtschelding van een deel van de koopsom, brengt niet met zich mee dat het object van schenking de woning is. De Hoge Raad oordeelde aanvullend dat de toepassing van de samenloopregeling, op grond waarvan de betaalde overdrachtsbelasting met de verschuldigde schenkbelasting wordt verrekend (artikel 24, tweede lid, Successiewet), hiervan los staat.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 22 september 2016, AWB 15/807, geoordeeld dat ook bij een kwijtschelding van 56% van de koopsom, waarbij de koopsom gelijk was aan de WEV, het object van schenking de kwijtschelding is.

Alhoewel de aangehaalde jurisprudentie richting geeft aan de discussie over het object van schenking bij verkoop van de woning gevolgd door kwijtschelding van een gedeelte van de koopsom, blijft het de vraag of bij elk kwijtscheldingspercentage het object van de schenking de kwijtschelding is. Als ten gevolge van de kwijtschelding een koopsom resteert die ten opzichte van de WEV van een relatief geringe betekenis is, lijkt mij dat niet het geval. Om de uitvoeringspraktijk hierover duidelijkheid te verschaffen, stel ik de grens waarbij het object van schenking de kwijtschelding is vast op 90%. Dit houdt het volgende in: als de kwijtschelding van de koopsom 90% of meer van de WEV bedraagt, is het object van schenking de woning en niet de kwijtschelding. Op grond van artikel 21, vijfde lid, Successiewet wordt dan voor de waarde van hetgeen geschonken is de WOZ-waarde van de woning als uitgangspunt genomen.

Bij elkaar opvolgende kwijtscheldingen kan onduidelijkheid bestaan over de vraag of er sprake is van samenhang tussen de verkoop van de woning en de daaropvolgende kwijtscheldingen van de koopsom. Naarmate de kwijtscheldingen langer na het moment van verkoop plaatsvinden, zal er minder snel sprake zijn van samenhang. Met het oog op de uitvoerbaarheid en controleerbaarheid door de Belastingdienst tellen voor de hierboven omschreven 90%-grens alleen de kwijtscheldingen mee die uiterlijk plaatsvinden op de dag van de juridische levering, zijnde de dag waarop de akte van levering in het daartoe bestemde openbare register van het kadaster wordt ingeschreven. De kwijtscheldingen die na de dag van de juridische levering plaatsvinden, blijven voor de beoordeling of 90% of meer van de WEV is kwijtgescholden buiten aanmerking. Dit betekent dat als op de dag van de juridische levering in totaal minder dan 90% van de WEV van de woning is kwijtgescholden, het totale bedrag van de kwijtscheldingen als object van schenking wordt aangemerkt. Dit geldt ongeacht of de verkoper van de woning schriftelijk heeft vastgelegd dat hij het voornemen heeft om de schuldig gebleven koopsom na de juridische levering (in één of meerdere keren) kwijt te schelden.

Regeling
Schenk- en erfbelasting, waardering
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
25-06-2022
BWB-id
BWBR0046800
Versie
2022-06-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl