wetzoeker

2.2 — Sepot na het uitvaardigen van een strafbeschikking Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden

Sepot na het uitvaardigen van een strafbeschikking

De officier van justitie kan een strafbeschikking intrekken, ongeacht of verzet is ingesteld (art. 257e lid 9 Sv). Dat geldt ook indien het OM (achteraf) bemerkt dat een sepot op zijn plaats was geweest en wanneer de tenuitvoerlegging van bij strafbeschikking opgelegde straffen of maatregelen geheel of gedeeltelijk onvoltooid is.

Door de intrekking van de strafbeschikking vervalt de genomen vervolgingsbeslissing (de uitgevaardigde strafbeschikking) en wordt afdoening middels een sepot (wederom) mogelijk. Dit brengt mee dat na een intrekking zowel op technische als op beleidsmatige gronden (onvoorwaardelijk) geseponeerd kan worden.

Een strafbeschikking voorwaardelijk intrekken is niet mogelijk. Ook kan een strafbeschikking slechts in haar geheel worden ingetrokken.

1 Zie Kamerstukken II 2004/05, 29 849, nr. 3, p. 76, onder verwijzing naar het bepaalde in art. 266 Sv.

Intrekking van de strafbeschikking en afdoening met een sepot na een ingesteld verzet is op alle gronden mogelijk. Voor een sepot na een geheel of gedeeltelijk onvoltooide tenuitvoerlegging van een strafbeschikking gelden aparte sepotcodes (zie de bijlage). Bij het bepalen van de recidive blijven deze zaken meewegen.

Voor de toepassing van deze aanwijzing wordt onder een sepot ook begrepen een wijziging van de strafbeschikking als gevolg waarvan een aanvankelijk als misdrijf in de strafbeschikking betrokken feit alsnog als overtreding wordt gekwalificeerd. Hierbij is geen sprake van een sepot van de strafzaak, maar van een sepot van het misdrijf. Het misdrijf wordt in zo’n geval administratief afgeboekt met de sepotcode die de grond weergeeft voor deze beslissing.

Regeling
Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046770
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl