wetzoeker

3.3 — Risicogedekt en kapitaalgedekt partnerpensioen Circulaire Aanpassingswet Appa 2021 wijzigingen pensioen

Risicogedekt en kapitaalgedekt partnerpensioen

Met ingang van 1 juli 1999 is in de pensioenregeling ABP het partnerpensioen, dat tot dan kapitaalgedekt was, vervangen door een zogenoemd risicogedekt partnerpensioen, althans voor zover de betrokken deelnemer vóór de pensioengerechtigde leeftijd overleed. Hierdoor werd er voor die situatie geen partnerpensioen meer opgebouwd. Eenzelfde wijziging is in de Appa ingevoerd met ingang van 1 augustus 2003. Risicodekking heeft onder meer tot gevolg dat de dekking volledig vervalt op het moment dat (in termen van de ABP-regeling) het deelnemerschap aan de pensioenregeling wordt beëindigd. Dat “deelnemerschap” voor een politieke ambtsdrager eindigt bijvoorbeeld als de uitkering eindigt en er nog tijd resteert tot het pensioen. Bij overlijden van de Appa-gerechtigde na het einde van de uitkeringsperiode en vóór de pensioengerechtigde leeftijd heeft een partner van een politieke ambtsdrager daarom geen aanspraak op een partnerpensioen voor zover deze gebaseerd is op de pensioengeldige tijd na 31 juli 2003.

Vanaf 1 januari 2018 vindt voor overheidswerknemers in de ABP-pensioenregeling de opbouw van het partnerpensioen weer plaats op basis van kapitaaldekking ter grootte van 70% van het ouderdomspensioen, ongeacht het moment van overlijden en voor zowel deelnemers als gewezen deelnemers aan de ABP-pensioenregeling. Hierdoor is er geen verschil meer in partnerpensioen bij overlijden voor en na de pensioengerechtigde leeftijd. Met de inwerkingtreding op 1 juli 2022 van de pensioenbepalingen van de Aanpassingswet Appa 2021 wordt het Appa-partnerpensioen ook weer kapitaalgedekt. Dat wil zeggen dat met ingang van 1 juli 2022 geldt dat het recht op partnerpensioen blijft bestaan in de periode dat betrokkene geen politieke ambtsdrager of Appa-uitkeringsgerechtigde meer is (in ABP-termen: als er geen sprake meer is van deelnemerschap).

Voor zover de pensioengeldige tijd ligt in de periode van 31 juli 2003 tot 1 juli 2022 blijft het partnerpensioen bij overlijden vóór de pensioengerechtigde leeftijd wel op risicobasis gefinancierd.

Voor deze periode blijft de reparatiemogelijkheid na afloop van de uitkeringsduur gehandhaafd (artikel 13g, eerste lid). Een deel van het ouderdomspensioen kan dan worden omgezet naar een dekking voor een partnerpensioen. Als de deelnemer (de politieke ambtsdrager) hiervoor kiest, behoudt de partner op grond van bij overlijden van de deelnemer na de uitkeringsperiode toch het recht op partnerpensioen. Deze zogenaamde uitruil betekent wel een lager ouderdomspensioen als de deelnemer niet overlijdt voor zijn of haar pensioen.

De kapitaaldekking van het partnerpensioen heeft ook gevolgen voor het pensioen voor de ex-partner, het zogenoemde bijzonder partnerpensioen. In de Pensioenwet is namelijk geregeld dat aan de ex-partner een premievrije aanspraak op partnerpensioen wordt toegekend als het een kapitaalgedekt pensioen betreft. Deze premievrije aanspraak wordt berekend over de deelnemingsperiode tot de datum waarop de relatie beëindigd is. Recht op bijzonder partnerpensioen is er echter niet als het partnerpensioen gefinancierd is op risicobasis. Dit betekent dat de ex-partner geen bijzonder pensioen ontvangt voor zover de pensioengeldige tijd is gelegen tussen 31 juli 2003 en 1 juli 2022, maar wel over de pensioengeldige tijd voor en na deze periode (artikel 17, tweede lid, onder c). (artikel 17, tweede lid, onder c).

Regeling
Circulaire Aanpassingswet Appa 2021 wijzigingen pensioen
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046767
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl