wetzoeker

Artikel 11 Kaderbesluit overige JenV-subsidies

Afwijzingsgronden

1 Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.

2 Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:

a. door de toepassing van een de-minimisverordening, een bedrag aan de-minimissteun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van die verordening;

b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;

c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn of de in de aanvraag genoemde termijn kunnen worden voltooid;

d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;

e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;

f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;

g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;

h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.

Regeling
Kaderbesluit overige JenV-subsidies
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2022
BWB-id
BWBR0046660
Versie
2022-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl