wetzoeker

Artikel 22 Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027

Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

a. kosten als bedoeld in artikel 64 van de Verordening gemeenschappelijke bepalingen;

b. onredelijk of niet noodzakelijk gemaakte kosten voor uitvoering van het project of een onderdeel daarvan;

c. kosten van het project die qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot de overeengekomen prestaties of hetgeen gebruikelijk is;

d. fooien en geschenken;

e. representatiekosten en representatievergoedingen;

f. kosten van ontspanningsactiviteiten ten behoeve van personeelsleden van het project;

g. schulden en kosten van schulden, rente op schulden, commissies voor het wisselen van geld, wisselkoersverliezen, dubieuze vorderingen, boetes, financiële sancties, gerechtskosten en buitensporige of roekeloze uitgaven;

h. kosten gemaakt buiten de projectperiode, die benoemd is in de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van de kosten voor projectcoördinatie en -administratie ten behoeve van het opstellen van het verzoek tot vaststelling tot aan het moment van indienen van dit verzoek;

i. bijdragen in natura ten behoeve van de cofinanciering van het project, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 13, vierde lid;

j. belasting over de toegevoegde waarde indien deze krachtens het nationale recht inzake belasting over de toegevoegde waarde terugvorderbaar is;

k. Kosten die reeds uit andere nationale of Europese middelen worden gefinancierd zodanig dat de totale financiering van de subsidiabele kosten meer dan 100% bedraagt;

l. kosten van minder dan € 200, tenzij de minister met een lager bedrag instemt;

m. kosten als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Verordening ISF;

n. kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Verordening BMVI.

Regeling
Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021–2027
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-04-2026
BWB-id
BWBR0046658
Versie
2026-04-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl