wetzoeker

2.3.8 — Nevenactiviteiten en verenigingsactiviteiten Regeling financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen, NPO en Ster 2022

Nevenactiviteiten en verenigingsactiviteiten

Grondslagen

Voor nevenactiviteiten en verenigingsactiviteiten wordt altijd een gescheiden administratie gevoerd. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.135, eerste lid, Mediawet 2008 worden de inkomsten uit nevenactiviteiten en verenigingsactiviteiten (waaronder inkomsten uit vermogen) aangewend voor de verzorging van media-aanbod van de publieke media-instelling. Dit betreft ook de gerealiseerde koerswinsten, ofwel het verschil tussen de verkoopopbrengst en de boekwaarde van financiële belangen in derden. Genomen koersverliezen kunnen eerst met gerealiseerde koerswinsten worden verrekend alvorens saldering met andere verenigingsgebonden baten en lasten plaatsvindt.

De exploitatie van programmabladen is een nevenactiviteit, de inkomsten hieruit worden gerapporteerd via de post ‘Opbrengsten Programmabladen’. Andere inkomsten uit nevenactiviteiten worden gerapporteerd via de post ‘Opbrengst overige nevenactiviteiten’.

Toelichting

De toelichting op de posten ‘Opbrengsten Programmabladen’ en ‘Opbrengst overige nevenactiviteiten’ dient inzicht geven in de opbrengsten per cluster van activiteiten, waarbij activiteiten van gelijke aard worden geclusterd.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van model VI. Het overzicht van model VI wordt ingevuld voor ieder cluster van nevenactiviteiten conform de beleidsbrieven van het Commissariaat inzake clusterindeling nevenactiviteiten. Voor programmabladen en deelnemingen wordt een exploitatie per individuele activiteit (programmablad, deelneming) aangeleverd. Dit geldt tevens voor (experimentele) nevenactiviteiten (zoals publiek-private samenwerkingsverbanden die kwalificeren als nevenactiviteit) die niet in één van de clusters zijn opgenomen.

Indien de exploitatie van een individuele nevenactiviteit in een boekjaar niet kostendekkend is, wordt deze nevenactiviteit separaat verantwoord. Daarbij dient tevens de volgende informatie per niet-kostendekkende nevenactiviteit te worden verstrekt:

• naam en omschrijving nevenactiviteit;

• startdatum nevenactiviteit;

• exploitatieoverzicht huidig boekjaar.

De beleidsregels inzake nevenactiviteiten van het Commissariaat worden in dit kader gevolgd.

De programmabladabonnements- en lidmaatschapsgelden worden van elkaar gescheiden. De toegerekende opbrengsten en kosten worden in de toelichting separaat zichtbaar gemaakt. Het lidmaatschapsgeld wordt tegelijk met het abonnementsgeld geïncasseerd. Voor incassokosten mag een forfaitair percentage van 10% van de bruto lidmaatschapsgelden als zodanig worden verantwoord ten laste van het verenigingsresultaat.

Regeling
Regeling financiële verantwoording landelijke publieke media-instellingen, NPO en Ster 2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
15-07-2026
BWB-id
BWBR0046601
Versie
2026-07-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl