wetzoeker

D.4 — Bezoldiging Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Safety for Voices)

Bezoldiging

Criterium

A. Bezoldiging van in Nederland en in overige EU-lidstaten gevestigde rechtspersonen:

De maximale bezoldiging van de individuele leden van management en bestuur van in Nederland of overige EU-lidstaten gevestigde aanvragers, penvoerders en mede-indieners, bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar ten hoogste EUR 199.000 (bruto) bij een dienstverband van een 36-urige werkweek.

Genoemd bedrag bestaat uit:

1. de beloning (de som van de periodiek betaalde beloningen en winstdelingen en bonusbetalingen);

2. de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen;

3. beloningen betaalbaar op termijn, zoals vakantiegeld, 13de maand, werkgeversdeel pensioenbijdrage etc.

Hierbij geldt voor rechtspersonen gevestigd in een EU-lidstaat die niet is aangesloten bij de euro dat omrekening van de lokale valuta naar de euro geschiedt op grond van de corporate rates (appendix 3) die door het Ministerie worden gehanteerd met ingang van 1 januari 2022.

B. Bezoldiging van in Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Japan, VS/Canada gevestigde aanvragers, penvoerders en mede-indieners:

Gelet op de koopkrachtgegevens gepubliceerd door EUROSTAT (comparative price levels 2020)

13 Zie: Statistics | Eurostat (europa.eu)

geldt voor aanvragers, penvoerders en mede-indieners gevestigd in één van de volgende landen een aangepaste maximale bezoldiging, op grond van het algemene inkomensniveau in de betreffende landen:

• Verenigd Koninkrijk GPB 177.136;

• Noorwegen NOK 2.427.977;

• Zwitserland CHF 313.392;

• Japan YEN 28.500.537;

• VS/Canada USD 243.013.

C. Bezoldiging van in overige landen gevestigde aanvragers, penvoerders en mede-indieners:

De maximale bezoldiging van de individuele leden van het management en bestuur van de in overige landen gevestigde aanvragers, penvoerders en mede-indieners bedraagt, uiterlijk met ingang van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, per kalenderjaar ten hoogste twee maal de bezoldiging van een senior lokale medewerker van de Nederlandse (regio-)ambassade in het land van vestiging zoals vermeld bij tarief 10 in het meest actuele overzicht Tarieven lokaal personeel

14 https://www.government.nl/topics/human-rights/human-rights-fund

. Het op deze wijze berekende tarief betreft een all-in bedrag waarin de componenten genoemd onder A zijn vervat (aangevuld met eventuele landen specifieke vergoedingen) bij een dienstverband van een 36-urige werkweek.

Toelichting

Voor elke organisatie waarop het criterium van toepassing is moet worden aangetoond dat eraan wordt voldaan. Voor de wijze van aantonen geldt het hierna volgende:

• Voor Nederlandse WNT-organisaties:

Voor Nederlandse organisaties die vallen onder de reikwijdte van de Wet normering topinkomens (WNT) hoeft de aanvrager, of penvoerder in geval van een aanvraag namens een alliantie, geen specificatie te geven van de bezoldigingscomponenten, maar mag hij volstaan met een verwijzing naar de jaarlijks op uiterlijk 1 juli openbaar gemaakte WNT-gegevens van de betreffende organisatie, tenzij deze informatie per 1 januari 2022 i.v.m. een wijziging in de bezoldiging niet meer geldig is (zie in dat geval hieronder bij ‘Voor overige organisaties’).

15 Voor meer informatie over bezoldiging – en in het bijzonder de componenten waaruit deze is opgebouwd – en de openbaarmaking zie www.topinkomens.nl

De WNT-gegevens dienen op internet openbaar gemaakt te worden voor een periode van tenminste zeven jaar. Deze moeten algemeen toegankelijk en eenvoudig te vinden zijn.

• Voor overige organisaties:

De aanvrager, of penvoerder in geval van een aanvraag namens een alliantie, specificeert in onderstaande tabel de bezoldiging van de individuele leden van het management en bestuur van de betreffende organisatie per de datum van de ingang van het subsidietijdvak:

– de beloning (de som van de periodiek betaalde beloningen en bonusbetalingen),

– de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen, en

– beloningen betaalbaar op termijn, zoals vakantiegeld, een 13e maand, werkgeversdeel pensioenbijdrage etc.

Daarbij geeft de aanvrager, of penvoerder in geval van een aanvraag namens een alliantie, ook de omvang aan van het dienstverband van betrokkene bij de organisatie waaraan de bezoldiging is verbonden.

Functie | Beloning (de som van de periodiek betaalde beloningen, winstdelingen en bonusbetalingen) | Belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen | Beloningen betaalbaar op termijn, zoals vakantiegeld, 13e maand, werkgeversdeel pensioenbijdrage e.a. | Omvang aanstelling (in uren per week)

Toelichting bij het criterium:

Het bezoldigingsmaximum is afgeleid van de bezoldiging van de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking (DGIS) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. DGIS valt onder de cao voor Rijksambtenaren waarin een 36-urige werkweek als voltijds dienstverband wordt aangemerkt. Indien het dienstverband van een management-lid of bestuurder bij de betrokken organisatie minder dan 36 uur per week betreft, wordt het bezoldigingsmaximum van EUR 199.000 pro-rato verlaagd en gerelateerd aan de deeltijdfactor van het dienstverband (omvang aanstelling/36*EUR 199.000). Bij een dienstverband van meer dan 36 uur blijft het bezoldigingsmaximum EUR 199.000. Wanneer de organisatie de deeltijdfactor verstrekt in de subsidieaanvraag, is dit het uitgangspunt voor de berekening van het verlaagde bezoldigingsmaximum. Wanneer de deeltijdfactor niet wordt verstrekt, wordt uitgegaan van een omvang van een voltijds dienstverband van 36 uur.

Voor in overige EU-lidstaten gevestigde organisaties geldt een zelfde bezoldigingsmaximum als voor in Nederland gevestigde organisaties.

Voor organisaties gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Japan, Canada en de VS is het toegestane bezoldigingsmaximum van het voor EU-lidstaten geldende bedrag omgerekend op basis van actuele koopkrachtgegevens zoals opgesteld door EUROSTAT.

Voor organisaties gevestigd in overige landen ligt het maximum op twee maal de bezoldiging van een lokale senior medewerker van de Nederlandse (regio-)ambassade in het land waar de organisatie is gevestigd. Dit is een berekening naar analogie met de verhouding tussen de bezoldiging van een Nederlandse senior beleidsmedewerker en de bezoldiging van DGIS.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Safety for Voices)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-04-2022
BWB-id
BWBR0046594
Versie
2022-04-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl