wetzoeker

Artikel 10 Beleidsregels levensgedragtoets

1 Aan de conclusie dat sprake is van slecht levensgedrag legt de raad van bestuur enkel antecedenten ten grondslag voor zover:

a. voldoende aannemelijk is dat ze zijn gepleegd bij of in het verlengde van kansspelaanbod;

b. voldoende aannemelijk is dat ze zijn gepleegd bij de uitoefening van een beroep, bedrijf of economische activiteit;

c. de vergunning soortgelijke antecedenten kan faciliteren;

d. de vergunning het witwassen van met soortgelijke antecedenten verkregen voorwerpen kan faciliteren; en/of

e. uit de antecedenten blijkt dat onvoldoende beschikt wordt over eigenschappen die noodzakelijk zijn voor een maatschappelijk aanvaardbare uitoefening van de (beoogde) functie.

2 De in het eerste lid, onder e, genoemde eigenschappen betreffen in ieder geval:

a. het op integere wijze omgaan met de belangen en het welzijn van anderen;

b. openheid;

c. waarheidslievendheid;

d. verantwoordelijkheidszin;

e. wetsgetrouwheid.

3 Dat een antecedent in de privésfeer is gepleegd, verhindert niet dat de raad van bestuur het antecedent verder bij de levensgedragtoets betrekt.

Regeling
Beleidsregels levensgedragtoets
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
13-04-2022
BWB-id
BWBR0046555
Versie
2022-04-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl