wetzoeker

4 — Samenwerking tussen de verschillende vergunninghouders Besluit bekendmaking veiling kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37

Samenwerking tussen de verschillende vergunninghouders

Er zijn verschillende frequentieblokken. Per frequentieblok geldt dat wordt vergund aan (maximaal) 12 vergunninghouders, waarbij iedere vergunninghouder 1/12e deel van de capaciteit krijgt toebedeeld in een gelijk deel van het frequentiespectrum. Technisch gezien dienen de vergunninghouders één gezamenlijk netwerk uit te (doen) rollen. Met het oog hierop is in van de artikel 3.21 Telecommunicatiewet bepaald dat vergunninghouders een samenwerkingsovereenkomst moeten sluiten, zie ook de toelichting bij artikel 3.

De vergunninghouder dient zijn radioprogramma – in geval van koppeling van de vergunning voor digitale radio-omroep aan een vergunning voor analoge radio-omroep gelijktijdig en ongewijzigd – uit te zenden in ten minste met FM-vergelijkbare stereo geluidskwaliteit althans een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de geluidskwaliteit die kan worden behaald met een AAC+ 48 kb/s stereo-uitzending. De laatste toevoeging is gekozen om digitaal ‘handen en voeten’ te geven aan het analoge begrip FM-stereokwaliteit. Uiteraard mag, binnen de grenzen van zijn vergunning, de houder kiezen voor een hoger kwaliteitsniveau. Daarnaast mag de vergunninghouder de eventueel overgebleven ruimte binnen de aan hem toegewezen capaciteit ook gebruiken voor andere omroepdiensten dan radio. Dit volgt ook uit de bestemming in het Nationaal Frequentieplan 2014 (hierna: NFP).

De vergunninghouder van een niet-gekoppelde vergunning die op grond van een gekoppelde vergunning, al een radioprogramma uitzendt in hetzelfde frequentieblok en allotment, mag de capaciteit van de toegewezen frequentieruimte van de niet-gekoppelde vergunning ook (mede) gebruiken voor het verhogen van de bitrate van dat radioprogramma. Hiermee wordt het mogelijk de audiokwaliteit van het reeds bestaande radioprogramma van de vergunninghouder te verbeteren.

Mocht – om wat voor reden dan ook – een of meer van de vergunningen worden ingetrokken krachtens artikel 3.19 van de Telecommunicatiewet, dan gaat de resterende capaciteit van rechtswege en pro rato tijdelijk over naar de overgebleven vergunninghouders. Dit is geregeld in artikel 2, vijfde lid, van de vergunning. Na de intrekking zal die vergunning in beginsel opnieuw verdeeld worden. Alsdan zal de capaciteit van 1/12e deel vergund worden aan de nieuwe vergunninghouder.

Verder is relevant dat de gewenste bitrate per type programma kan verschillen. De nuances van klassieke muziek vergen doorgaans een hogere bitrate dan de bitrate die is benodigd voor het overbrengen van spraak. In de onderlinge verschillen in bitrate is voorzien door te regelen dat de vergunninghouders afspraken kunnen maken over het ‘verdelen’ van capaciteit aan elkaar.

Randvoorwaarde is wel dat – in geval van een gekoppelde vergunning – de vergunninghouder zijn analoge radioprogramma ook digitaal uitzendt in de minimaal voorgeschreven stereo geluidskwaliteit en het NFP in acht neemt. Een samenwerkingsverband treedt niet in de plaats van de verplichtingen van de vergunninghouder. Deze blijft daarvoor zelf rechtens aanspreekbaar. Iedere vergunninghouder is verplicht om zijn vergunningvoorschriften na te komen ongeacht een samenwerkingsverband.

Regeling
Besluit bekendmaking veiling kavels B01, B03, B04, B06 tot en met B26, B35 en B37
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
06-04-2022
BWB-id
BWBR0046523
Versie
2022-04-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl