wetzoeker

3.2 — De termijn van verzet Aanwijzing OM-strafbeschikking

De termijn van verzet

Verzet tegen de strafbeschikking kan men doen binnen veertien dagen nadat de strafbeschikking in persoon is uitgereikt of nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit blijkt dat de bestrafte bekend is met de strafbeschikking (art. 257e, eerste lid, Sv).

Bij een uitreiking in persoon bestaat geen twijfel over de ingangsdatum van de verzetstermijn. Indien de strafbeschikking per post is toegezonden, is de ingangsdatum van deze termijn en daarmee ook de datum waarop de strafbeschikking onherroepelijk wordt afhankelijk van het zich voordoen van een omstandigheid waaruit blijkt dat de bestrafte met de strafbeschikking bekend is.

Als een strafbeschikking voor een overtreding per post is toegezonden, dan geldt dat deze maximaal zes weken na toezending onherroepelijk wordt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

– de geldboete is maximaal € 340,–;

– de strafbeschikking is uiterlijk vier maanden na het plegen van het strafbare feit aan de verdachte toegezonden;

– de strafbeschikking is verzonden naar het BRP-adres of het door verdachte opgegeven adres; en

– de bestrafte heeft geen verzet ingesteld.

Als – ex art. 257e lid 1 Sv – aangetoond kan worden dat bestrafte voor het verstrijken van de zeswekentermijn op een bepaalde datum bekend is geworden met de strafbeschikking, dan is de strafbeschikking na ommekomst van veertien dagen na die datum onherroepelijk.

Regeling
Aanwijzing OM-strafbeschikking
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
15-04-2022
BWB-id
BWBR0046521
Versie
2022-04-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl