2.2.1 — Gedragsaanwijzingen Aanwijzing OM-strafbeschikking
Gedragsaanwijzingen
Gedragsaanwijzingen kunnen ex art. 257c lid 1 Sv alleen worden opgelegd nadat de verdachte door de officier van justitie is gehoord en zich bereid heeft verklaard zich aan de betreffende gedragsaanwijzingen te houden.
Deze aanwijzingen dienen – net als in het geval van voorwaarden bij voorwaardelijke straffen – te strekken tot voorkoming van strafbare feiten, dan wel gedragingen te betreffen waartoe de verdachte uit oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht. Dit betekent dat in het kader van een strafbeschikking in beginsel dezelfde voorwaarden kunnen worden opgelegd als bij een voorwaardelijke straf.
3 Zie de Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing voorlopige hechtenis onder voorwaarden.
In alle gevallen dient een voorwaarde in de vorm van een gedragsaanwijzing in verhouding te staan tot het feit waarvan verdachtes schuld is vastgesteld en de met minder waarborgen omgeven buitengerechtelijke afdoening. Bepaalde voorwaarden zijn dermate indringend dat zij niet met een gedragsaanwijzing in een strafbeschikking kunnen worden opgelegd. Hieronder zijn deze voorwaarden uitgelicht.
Aan een voorwaardelijk sepot kunnen in beginsel geen bijzondere voorwaarden worden verbonden.
4 Zie de Aanwijzing gebruik sepot en sepotgronden.
Dat betekent dat de verdachte in beginsel dient te worden gedagvaard indien een voorwaarde niet met een gedragsaanwijzing in een strafbeschikking kan worden opgelegd.
5 Dit onderdeel van deze aanwijzing vormt de beleidsmatige uitwerking van het advies van de Commissie ‘Rechtstatelijke grenzen en mogelijkheden bij het afdoen van strafbare feiten door het Openbaar Ministerie’, zie bijlage 5 in het onderzoek dat ten behoeve van de commissie is verricht: J. Bijlsma, Het voorwaardelijk sepot. Normering, praktijk, evaluatie (OM-reeks nr. 4), Den Haag: Boom Juridisch 2019.
Klinische opname, begeleid wonen/maatschappelijke opvangen en elektronisch toezicht
Klinische opname, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang alsmede gedragsaanwijzingen waaraan elektronisch toezicht wordt verbonden, beperken de vrijheid van de verdachte zodanig dat deze uitsluitend door de rechter kunnen worden opgelegd.
Ambulante behandeling
Een ambulante behandeling is alleen mogelijk als de (maximum)duur vooraf bekend is zodat de duur beperkt kan worden en er een proportionaliteitsafweging kan worden gemaakt. Deze gedragsaanwijzing bij strafbeschikking mag alleen na instemming van de reclasseringsofficier (of bij diens afwezigheid een senior officier van justitie) en indien er een noodzaak bestaat tot een snellere strafrechtelijke interventie dan met een dagvaardingsprocedure bij de strafrechter kan worden gerealiseerd.
De ambulante behandeling:
− mag niet meer bedragen dan twintig behandelbijeenkomsten,
− mag geen verplichting inhouden tot het innemen van medicijnen,
− dient te zien op gesprekken en training die zich richten op concrete gedragsverandering bij de verdachte ter vermindering van recidivegevaar, zoals:
○ het aanleren van gedrag om agressie, bedreiging, vernieling, opbouw van schulden te voorkomen,
○ het aanleren van wenselijk gedrag om woonoverlast terug te dringen en/of uithuisplaatsing te voorkomen,
○ het terugdringen van overmatig middelengebruik door beïnvloeding van het gedrag van de deelnemer.
In het reclasseringsadvies is vermeld welke ambulante zorg het betreft, op welke gedragsverandering de ambulante zorg zich richt, het aantal gespreksmomenten en de verwachte duur.
Maximale proeftijd
De aan een gedragsaanwijzing verbonden proeftijd is maximaal 1 jaar (bij jeugdigen geldt een maximale termijn van zes maanden bij de aanwijzing dat de jeugdige zich zal richten naar de aanwijzing van een gecertificeerde instelling). De officier van justitie kan de proeftijd verlengen voor zover de totale proeftijd (dat wil zeggen de initiële proeftijd en de termijn waarmee de proeftijd verlengd is) de maximale termijn niet te boven gaat. Verlenging van de proeftijd is slechts aan de orde indien de bestrafte de opgelegde gedragsaanwijzing niet binnen de opgelegde proeftijd heeft kunnen voldoen en de officier van justitie aanleiding ziet de bestrafte daarvoor meer tijd te gunnen.
- Regeling
- Aanwijzing OM-strafbeschikking
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 15-04-2022
- BWB-id
- BWBR0046521
- Versie
- 2022-04-15_0