wetzoeker

Bijlage 2 — Beoordelingscriteria projecten experimentele ontwikkeling en maximale puntentoedeling, behorende bij artikel 4.8 van de regeling Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel

Beoordelingscriteria projecten experimentele ontwikkeling en maximale puntentoedeling, behorende bij artikel 4.8 van de regeling

In deze bijlage zijn de beoordelingscriteria en maximale puntentoedeling opgenomen. Er zijn daarbij twee typen projecten te onderscheiden, namelijk projecten gericht op technische ontwikkeling en projecten gericht op het opdoen van praktijkervaring. Voor deze projecten geldt een aparte puntentoedeling in de tabel hieronder. Bij beide projecttypen gaat het om een project experimentele ontwikkeling.

Omschrijving | Punten projecttype ‘Technische ontwikkeling’ | Punten projecttype ‘Praktijkervaring’

1. Technische ontwikkeling. De mate waarin het project door technische ontwikkeling bijdraagt aan een versnelling van de beschikbaarheid en/of inzetbaarheid van emissieloze bouwmachines in Nederland. | 20 | 0

2. Praktijkervaring. De mate waarin het project leidt tot praktische kennis over de inzet van emissieloze bouwmachines in samenhang met de realisatie van laad- of tankvoorzieningen en overige aspecten van het bouwproces zoals slim omgaan met netcongestie, rolverdeling (bijvoorbeeld tussen opdrachtgever en opdrachtnemer), aansluiting op (praktijk)opleidingen en het toepassen van zwaar materieel. De mate waarin hiermee verband houdende uitdagingen en knelpunten worden geïdentificeerd en geadresseerd binnen het project. | 0 | 20

3. NOx-reductie. De mate waarin het project leidt tot een reductie in de NOx-uitstoot in de bouwsector. Zowel de directe NOx-reductie per machine als de potentiële reductie van het machinepark in 2030 moet in de projectomschrijving aangegeven worden in ton NOx-reductie. | 10 | 5

4. Vervolgpotentieel. Het potentieel dat het projectresultaat een vervolg krijgt in nieuwe projecten van de projectpartners en partijen die niet bij het project betrokken zijn en de bijdrage die dit (binnen 1 jaar na afloop van het project) levert aan de doelstelling van de regeling. | 20 | 20

5. Kennisoverdracht. De betrokkenheid van praktijkopleidingen bij het project, de mate waarin het project leidt tot kennisoverdracht en opgedane kennis en inzichten hierdoor beschikbaar komen voor stakeholders binnen en buiten de bouwsector | 10 | 10

6. Kwaliteit van de doelstellingen. De kwaliteit van de doelstellingen van het project in relatie tot de doelstellingen van de regeling: technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling gericht op een reductie van de emissie van NOx, CO2, en fijn stof (PM2,5 en PM10) in de bouwsector. | 10 | 10

7. Resultaatgerichtheid. De mate waarin het project, met behoud van kwaliteit, op korte termijn tot resultaten leidt. De mate waarin het bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling en/of inzetbaarheid van emissieloze bouwmachines eventueel gecombineerd met oplaad- en tankinfrastructuur of het slim omgaan met netcongestie. | 10 | 10

8. Projectmanagement. De kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van het project, opvolging en rapportage, risicobeheer, financieel management en stakeholder-management. | 5 | 5

9. Begroting en kosteneffectiviteit. De kwaliteit van de begroting, en in de onderbouwing dat de deelnemers hun eigen aandeel in het project kunnen financieren. De verhouding tussen de opgevoerde kosten, de omschreven activiteiten, de geplande duur en de impact van het project. | 5 | 5

10. Samenwerking. De mate en wijze van samenwerking tussen verschillende (keten)partners of praktijkopleidingen, en de bijdrage die dit levert aan de kwaliteit van het project. | 10 | 15

TOTAAL | 100 | 100

Regeling
Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-01-2026
BWB-id
BWBR0046464
Versie
2026-01-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl