wetzoeker

4.2 — Stroomschema deel 2. Effecten van lozingen Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit

Stroomschema deel 2. Effecten van lozingen

Stroomschema deel 1 van het toetsingskader kan voor een deel worden doorlopen zonder specifieke kennis van het KRW-watertype van het oppervlaktewaterlichaam waarop de activiteit mogelijk invloed heeft. Voor sommige vragen is aanvullende kennis van KRW en ecologie nodig. Ook voor deel 2 is het nodig om het KRW-type te kennen van het betreffende oppervlaktewaterlichaam: niet alle biologie ondersteunende parameters zijn immers relevant voor de toestandsbeoordeling van alle watertypen. In het onderstaande overzicht is aangegeven welke parameters specifiek van toepassing zijn per type waterlichaam.

Tabel 1: Watertypen, clustering en relevante fysisch-chemische kwaliteitselementen voor de rijkswateren.

Cluster | Watertype | temperatuur | Zuurstofhuishouding | doorzicht | zuurgraad | stoffen

fosfaat | overige stoffen

Meren | M14 | X | X | X | X | X | X

M20 | X | X | X | X | X | X

M21 | X | X | X | X | X | X

M32 | X | X | X | X | X | X

Rivieren | R7 | X | X | | X | X | X

R8 | X | X | | X | X | X

R16 | X | X | | X | X | X

Kustwateren | K1 | X | X | | | | X

K2 | X | X | | | | X

K3 | X | X | | | | X

Overgangswateren | O2 | X | X | | | | X

Kanalen | M6b | X | X | X | X | X | X

M7b | X | X | X | X | X | X

M30 | X | X | X | X | X | X

2A. Kunnen bij de lozing levende organismen als bijproduct vrijkomen?

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer water afkomstig van een mosselkwekerij wordt geloosd, of indien aan verwerkers afgegeven geloosd ballastwater potentieel exoten bevat. Wanneer men hier ja antwoordt, dient nadat Stroomschema deel 2 van het toetsingskader is doorlopen, ook Stroomschema deel 3 te worden doorlopen.

2B. Heeft de lozing onacceptabele negatieve invloed op de temperatuur in het waterlichaam?

Achteruitgang van de waterkwaliteit door de activiteit of het niet meer tijdig kunnen bereiken van de doelstellingen als gevolg van de ingreep worden beide als onacceptabel beschouwd. Dit kan worden getest met behulp van de Beoordelingssystematiek warmtelozingen. Wanneer op basis van toetsing met deze beoordelingssystematiek blijkt dat negatieve effecten op de temperatuur worden verwacht moeten maatregelen worden genomen. Hier moet duidelijk worden of de lozing leidt tot een temperatuur die valt buiten de range die daarvoor is beschreven als GET in het STOWA-rapport voor natuurlijke watertypen voor het betreffende natuurlijke waterlichaamtype of die daarvoor is beschreven als GEP in de factsheet van het betreffende sterk veranderde of kunstmatige waterlichaam.

2C. Heeft de lozing onacceptabele negatieve invloed op de zuurstofhuishouding in het waterlichaam?

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er zuurstofbindende stoffen worden geloosd. Zuurstofbindende stoffen zijn alle met name in afvalwater voorkomende organische en anorganische verontreinigingen die bij afbraak zuurstof aan het water onttrekken. Bij overmatige lozing van deze stoffen kan de zuurstofhuishouding van het ontvangende oppervlaktewater ernstig worden verstoord waardoor bijvoorbeeld vissterfte kan optreden. Hier moet duidelijk worden of de lozing leidt tot een zuurstofverzadiging(sgraad) die valt buiten de range die daarvoor is beschreven als GET in het STOWA-rapport voor natuurlijke watertypen voor het betreffende natuurlijke waterlichaamtype of die daarvoor is beschreven als GEP in de factsheet van het betreffende sterk veranderde of kunstmatige waterlichaam.

2D. Heeft de lozing onacceptabele negatieve invloed op het doorzicht in het waterlichaam?

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de lozing leidt tot vertroebeling van het oppervlaktewater. Het betreft met name directe vertroebeling door bijvoorbeeld een hoog gehalte aan zwevend stof in het geloosde water. Indirecte vertroebeling, die optreedt door bovenmatige algengroei na lozing van nutriëntenrijk water komt aan de orde bij beantwoording van vraag 2F. Hier moet duidelijk worden of de lozing leidt tot een doorzicht dat valt buiten de range die daarvoor is beschreven als GET in het STOWA-rapport voor natuurlijke watertypen voor het betreffende natuurlijke waterlichaamtype of dat daarvoor is beschreven als GEP in de factsheet van het betreffende sterk veranderde of kunstmatige waterlichaam (alleen relevant voor M-typen).

2E. Heeft de lozing onacceptabele negatieve invloed op de zuurgraad in het waterlichaam?

Dit kan het geval zijn als het geloosde water heel zuur of juist heel basisch is. Hier moet duidelijk worden of de lozing leidt tot een zuurgraad die valt buiten de range die daarvoor is beschreven als GET in het STOWA-rapport voor natuurlijke watertypen voor het betreffende natuurlijke waterlichaamtype of die daarvoor is beschreven als GEP in de factsheet van het betreffende sterk veranderde of kunstmatige waterlichaam (niet relevant voor kustwateren en overgangswateren).

2F. Heeft de lozing onacceptabele negatieve invloed op de concentratie chemische stoffen in het waterlichaam?

Dit kan worden getest met behulp van het Handboek Immissietoets. Wanneer op basis van toetsing met het Handboek Immissietoets blijkt dat negatieve effecten op chemische stoffen (inclusief nutriënten) worden verwacht dan dienen aanvullende maatregelen genomen te worden, zodanig dat de immissietoets wel positief doorlopen wordt. Voor nutriënten geldt dat de GEP-waarden voor stikstof en fosfaat in het betreffende sterk veranderde of kunstmatige waterlichaam zijn terug te vinden in de factsheet van dat waterlichaam. Toetsing op fosfaat is niet relevant in kustwateren en overgangswateren.

Regeling
Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0046422
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl