wetzoeker

Artikel 10 Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten

1 De minister beslist binnen zes maanden na ontvangst over de aanvraag van een specifieke uitkering.

2 Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met eenzelfde termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager.

3 Een besluit tot verlening bevat in ieder geval:

a. een beschrijving van activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt;

b. een vermelding van het bedrag van de specifieke uitkering en de fase van het project of projectpakket waarop de uitkering betrekking heeft;

c. een beschrijving van de te bereiken mijlpalen en het bedrag dat na het bereiken van een mijlpaal als voorschot zal worden verleend, indien de aanvraag betrekking heeft op de realisatiefase van een project of projectpakket; en

d. een beschrijving van de variant van het project of projectpakket die als meest doelmatig wordt aangemerkt, indien de aanvraag betrekking heeft op de planuitwerkingsfase of de realisatiefase van het project of projectpakket.

4 De minister kan in het besluit tot verlening bepalen dat het bedrag van de specifieke uitkering bij de vaststelling of tussentijds wordt geïndexeerd volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau.

Regeling
Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2022
BWB-id
BWBR0046418
Versie
2022-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl