wetzoeker

7.3.4 — Gewone en grijze zeehond Kavelbesluit VII windenergiegebied Hollandse Kust (west)

Gewone en grijze zeehond

Effecten op gewone en grijze zeehond windpark kavel VII

De aanname is dat beide zeehondensoorten die op het NCP voorkomen, de grijze zeehond en gewone zeehond, minder gevoelig reageren op onderwatergeluid dan de bruinvis. Effecten als gevolg van onderwatergeluid tijdens aanlegwerkzaamheden (hei-activiteiten) zijn daarom beperkter.

Uit het MER blijkt dat tijdens het heien in het windenergiegebied Hollandse Kust (west) voor zeehonden maximaal 219 km2 verstoord gebied kan ontstaan met het toepassen van de genoemde geluidsnorm van SELss (750 m) = 168 dB re 1 μPa2s (verstoringsdrempel >145 dB).

Vermijdingseffecten als gevolg van gemitigeerde hei-activiteiten in kavel VII kunnen zich maximaal voordoen bij 0,05 procent van de populatie op de NCP, wat overeenkomt met zes en vier exemplaren van respectievelijk de gewone zeehond en grijze zeehond. Vanwege het geringe aantal dieren en/of de tijdelijkheid van het effect wordt de staat van instandhouding niet aangetast.

Bij het bepalen van de mogelijke doorwerking van effecten van heigeluid op zeezoogdieren is ervan uitgegaan dat de effecten op het gedrag daarvoor maatgevend zijn en dat door het nemen van mitigerende maatregelen (toepassen ‘soft start’ in combinatie met Acoustic Deterrent Devices (ADDs)) wordt voorkomen dat permanente effecten op het gehoor optreden (PTS).

Cumulatieve effecten op gewone en grijze zeehond

Zeehonden hebben een kleinere kans om aan impulsief geluid door heien te worden blootgesteld. Op de locaties waar de activiteiten voor de aanleg van de windparken van routekaart 2030 zijn gepland is de gemiddelde dichtheid van bruinvissen namelijk veel groter dan die van de twee, vooral in kustwateren voorkomende, zeehondensoorten. Er is daarom uitgegaan van de resultaten van de berekeningen voor bruinvissen die in het kader van het KEC 3.0 zijn gedaan. Hiermee worden eventuele effecten op zeehonden overschat, aangezien de aanname is dat zeehonden minder gevoelig op onderwatergeluid reageren. Uit de resultaten blijkt dat bij de werkzaamheden voor de aanleg van twee kavels in windenergiegebied Hollandse Kust (west) geproduceerde impulsieve geluid maximaal 0,3 procent van de Nederlandse populatie gewone zeehonden wordt verstoord (uitgaande van volledig plaatstrouwe individuen).

Passende beoordeling – gewone en grijze zeehond

De effecten op zeehonden zijn gering, aangezien zeehonden een relatief hoge drempelwaarde kennen ten aanzien van verstoring in vergelijking met de bruinvis. Maximaal gaat het om elf individuen uit de populatie van het gehele NCP die het verstoringsgebied zullen mijden.

Mede gelet op de maatregel om de geluidsproductie bij heien te verminderen, treden geen geluidsbelastingen op in Natura 2000-gebieden waarbij zeehonden vermijdingsgedrag vertonen. Voor zeehonden treden geen significant negatieve effecten ten gevolge van het realiseren van een windpark in kavel VII in Hollandse Kust (west). De verstoringscontour voor zeehonden reikt, met de toegepaste geluidsnorm, niet tot aan de kust. Migratieroutes tussen de Natura 2000-gebieden Waddenzee en Voordelta worden daardoor niet geblokkeerd als gevolg van onderwatergeluid.

In de Passende beoordeling is, mede gelet op de afwezigheid van overlap tussen de verstoringscontour en de Natura 2000-gebieden met een instandhoudingsdoelstelling voor zeehonden, geconcludeerd dat significante effecten, ook in cumulatie, zijn uitgesloten.

Om negatieve effecten ten gevolge van onderhoudsschepen op de rust-, verhaar- en verblijfplaatsen in Natura 2000-gebieden uit te sluiten wordt een voorschrift opgenomen. Dit voorschrift wordt verder toegelicht in paragraaf 7.8.5.

Regeling
Kavelbesluit VII windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0046414
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl