wetzoeker

6.7.2 — Gevolgen Kavelbesluit VII windenergiegebied Hollandse Kust (west)

Gevolgen

Windturbines vormen hindernissen, zoals hierboven beschreven. Gezagvoerders zullen er rekening mee moeten houden als ze zich in de nabijheid bevinden. In voorschrift 3, vijfde lid, is opgenomen dat de windturbines in kavel VII maximaal 304 meter boven het zeeniveau mogen uitsteken. Gelet op de maximale tiphoogte van de turbines, de separatie-eisen en de ondergrens van de CTA, zijn voor wat betreft de burgerluchtvaart (waaronder lijn- en chartervluchten met straalvliegtuigen) geen effecten te verwachten.

Voor het helikopterverkeer zijn op grond van de huidige situatie wel gevolgen te verwachten. Windenergiegebied Hollandse kust (west) overlapt met de HPZ rond platform P6-A en enkele satelliet-platforms en de HTZ rond het platform P9-Horizon. De aanwezigheid van windturbines binnen een HPZ/HTZ van een mijnbouwplatform, kan tot gevolg hebben dat helikopters de mijnbouwplatforms in en nabij windenergiegebied Hollandse Kust (west) soms anders zullen moeten naderen. In navolging van de verkavelingen van de windenergiegebieden Hollandse Kust (zuid) en (noord) is in de verkaveling van windenergiegebied Hollandse Kust (west) op basis van het ‘Ontwerpproces: afstand tussen mijnbouwlocaties en windparken’ uit de Beleidsnota Noordzee uitgegaan van een minimale afstand van 2,5 nautische mijl tussen mijnbouwplatform P9-Horizon en de kavelgrenzen. In de (aangepaste) verkaveling is voorts uitgegaan van de beëindiging van de gaswinning op platform P6-A en satellietplatforms voorafgaand aan de bouw van het windpark. Daarmee vervalt de noodzaak van helikopterbereikbaarheid van de platforms P6-A, P6-B en P6-D, zo heeft de exploitant/beheerder bevestigd.

Een windpark in kavel VII heeft marginale gevolgen voor de helikopterbereikbaarheid van platform P9-Horizon. Voor platform P9-Horizon is de bereikbaarheid voor (reguliere) helikoptervluchten in de huidige situatie 85,3 procent van de tijd. Met een minimale afstand tussen de kavelgrens en het platform van 2,5 nautische mijl, daalt de bereikbaarheid naar 83,9 procent van de tijd.

Uit oefeningen in de windparken North Hoyle (VK) en Luchterduinen volgt dat SAR-operaties met een helikopter zonder problemen mogelijk zijn bij daglicht en wanneer de windturbines gestopt zijn, mits de zichtomstandigheden voldoende goed zijn. Het is echter niet uitgesloten dat een SAR-helikopter normaal kan opereren binnen een park wanneer de turbines niet gestopt zijn. Dit blijft echter wel afhankelijk van de omstandigheden van dat moment en de beoordeling van de piloot. Ingevolge artikel 6.16k, vijfde lid, van het Waterbesluit kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bij een ongewoon voorval in het uiterste geval bevelen dat een windpark wordt stilgelegd ter waarborging van de veiligheid.

Wanneer een windpark zich binnen de beschermingscontour van de communicatie-, navigatie- of surveillanceapparatuur (CNS) van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) bevindt, kan mogelijk verstoring van communicatie optreden. LVNL heeft het voornemen van een windpark in kavel VII echter beoordeeld en aangegeven dat geen verstoring van de CNS-apparatuur op land en op de Noordzee te verwachten valt.

Regeling
Kavelbesluit VII windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0046414
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl