wetzoeker

3.2 — Niet-vervolging en niet-bestraffing van slachtoffers Aanwijzing mensenhandel

Niet-vervolging en niet-bestraffing van slachtoffers

Het is niet wenselijk dat een slachtoffer van mensenhandel wordt aangemerkt als verdachte indien de strafbare gedraging waarvan het slachtoffer wordt verdacht gedurende een uitbuitingssituatie is gepleegd. De bescherming die voortvloeit uit het non-prosecution- en het non-punishment-beginsel hoeft niet in de weg te staan aan een vervolging of bestraffing voor misdrijven die zij vrijwillig hebben begaan of waaraan zij vrijwillig hebben deelgenomen.

6 Zie overweging 14 en art. 8 van de Richtlijn 2011/36/EU, PbEU 2011, L 101/1.

In de gevallen waarin het evident is dat slachtoffers gedwongen zijn tot het plegen van misdrijven kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een sepot, het vorderen van schuldigverklaring zonder oplegging van straf (art. 9a Sr), of het toepassen van strafuitsluitingsgronden en/of strafvermindering.

Regeling
Aanwijzing mensenhandel
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-04-2022
BWB-id
BWBR0046368
Versie
2022-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl