wetzoeker

IV — Nota van beantwoording op afzonderlijke zienswijzen en reacties in het kader van het ontwerpkavelbesluit VI Hollandse Kust (west) (deel 1) Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)

Nota van beantwoording op afzonderlijke zienswijzen en reacties in het kader van het ontwerpkavelbesluit VI Hollandse Kust (west)

Van vrijdag 5 februari 2021 tot en met donderdag 18 maart 2021 heeft het (oorspronkelijke) ontwerpkavelbesluit VI Hollandse Kust (west) voor dit project ter inzage gelegen. De inspraakbundel met de daarop binnengekomen zienswijzen is integraal onderdeel van het besluitvormingsproces en in de onderstaande nota van antwoord worden deze zienswijzen beantwoord. Het ontwerpbesluit is vervolgens op wezenlijke aspecten gewijzigd. In september 2021 is het (herziene) ontwerpkavelbesluit VI Hollandse Kust (west) gepubliceerd op de website van het Bureau Energieprojecten en is de kennisgeving in de Staatscourant van 23 september 2021 (2021, Nr. 40759) gepubliceerd. Het ontwerpkavelbesluit en de daarop betrekking hebbende stukken hebben van 24 september 2021 tot en met 4 november 2021 ter inzage gelegen. Gedurende die periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op het ontwerpkavelbesluit. Alle nieuwe ingediende zienswijzen worden ook in deze nota beantwoord.

Dit document bevat een overzicht en een samenvatting van de ontvangen zienswijzen op zowel het oorspronkelijke kavelbesluit VI als het herziene ontwerpkavelbesluit, alsmede de beantwoording daarvan. De volledige geanonimiseerde zienswijzen zijn te vinden op www.bureau-energieprojecten.nl in de ‘Inspraakbundel, Zienswijzen op ontwerpkavelbesluiten ‘VI en VII in het windenergiegebied Hollandse Kust (west)’, van november 2021. In de bundel is ook een ‘Opzoektabel mondelinge, schriftelijke en digitale zienswijzen/reacties’ opgenomen, waarin met het registratienummer het nummer van de zienswijze kan worden opgezocht. Ook is de kennisgeving in deze bundel opgenomen.

Thema | Ziens-wijzenr | Samenvatting zienswijze | Reactie van het bevoegd gezag

Uitzicht en vogels | 202000213 1 | De indiener is van mening dat in de ontwerp-kavelbesluiten de belangen van een vrije horizon en van de bescherming van vogels over het hoofd zijn gezien. De indiener geeft aan te worden geraakt in zijn belang van een vrij uitzicht. | Windenergiegebied Hollandse Kust (west) ligt meer dan 50 kilometer uit de kust. De zichtbaarheid van een windpark is in het MER aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria in kaart gebracht. Uit het MER volgt dat de windturbines van kavel VI minder dan 1 procent van de tijd gedurende de zomermaanden (mei - oktober) in de dagperiode (07.00 uur – 21.00 uur) zichtbaar kunnen zijn vanaf de dichtstbijzijnde stranden. Dit komt voor de hoogst mogelijke turbines overeen met één dag per jaar. Die dag zullen de meteorologische omstandigheden minder dan tien minuten zodanig zijn dat een deel van de turbines in het windpark voor de strandbezoeker daadwerkelijk zichtbaar is. Buiten de zomerperiode is het zichtbaarheidspercentage van de windturbines lager en derhalve verwaarloosbaar. Hierboven is beschreven dat het windpark zeer beperkt zichtbaar is. Gelet op het grote belang van windenergie is de zeer beperkte zichtbaarheid van het windpark gedurende het jaar aanvaardbaar. Voor wat betreft de verlichting in de nacht is de verwachting dat die niet (storend) zichtbaar zal zijn vanaf het land. Om de zichtbaarheid van nachtverlichting te beperken worden vastbrandende en dimbare verlichting op de gondel toegepast en wordt het aantal verlichte turbines beperkt. Met betrekking tot de bescherming van vogels wordt het kavelbesluit genomen met inachtneming van de artikelen 5 en 7 van de Wet windenergie op zee. Op grond van deze artikelen dient het kavelbesluit te voldoen aan de eisen van de Wet natuurbescherming, die dienen ter bescherming van onder andere vogels. In de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 is bepaald dat ruimtelijke besluiten, zoals kavelbesluiten, voor windenergie op zee worden beoordeeld aan de hand van het toetsingskader Ecologie en Cumulatie. Het Rijk heeft een zelfstandig kader ontwikkeld voor de beoordeling van effecten in cumulatie op beschermde natuurwaarden voor het realiseren van de doelstellingen voor windenergie op zee uit de routekaart 2030. Uitgangspunt is dat, ook in cumulatie, voorkomen moet worden dat significant negatieve effecten kunnen optreden of de staat van instandhouding van beschermde soorten in negatieve zin aangetast kan worden. Cumulatieve effecten zijn in het MER conform dit kader onderzocht en beoordeeld. De conclusies van deze onderzoeken voor de vogels zijn te raadplegen in paragraaf 7.3.1 van het kavelbesluit. De staat van instandhouding van soorten komt niet in het geding. Ook zijn significant negatieve effecten op Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen uit te sluiten.

Doorvaart | 202000405 1 | De indiener uit bezwaren tegen het onverkort overnemen van het Noordzeeakkoord als uitgangspunt voor het Programma Noordzee 2022–2027, in het bijzonder het uitgangspunt om windparken af te sluiten voor doorvaart behoudens aan te wijzen doorvaartpassages. Het beleid is volgens de indiener onduidelijk en onevenwichtig. De indiener merkt hierbij op dat er geen mogelijkheid tot inspraak is geweest in het proces dat tot het Noordzeeakkoord heeft geleid. | Deze zienswijze valt buiten de reikwijdte van het kavelbesluit. Van 22 maart 2021 tot en met 21 september 2021 heeft het Ontwerp-Programma Noordzee 2022–2027 ter inzage gelegen. Hierin is het beleid voor de komende jaren op de Noordzee uitgewerkt, met het Noordzeeakkoord als uitgangspunt. Eenieder heeft op het ontwerp een zienswijze kunnen indienen. De daadwerkelijke aanwijzing van doorvaartpassages geschiedt in vervolgbesluitvorming op grond van de Waterwet

2 | De indiener verzoekt om in paragraaf 2.4 van de toelichting bij de ontwerp-kavelbesluiten de doelgroep ‘zeegaande recreatievaart en beroepsmatige zeilvaart’ gelet op het eigen karakter specifiek te benoemen. | De in paragraaf 2.4 opgenomen opsomming van gebruikers, waarin de belangen van de gebruikers zoals zeevaart, defensie en zandwinning worden benoemd, is niet uitputtend bedoeld. In paragraaf 6.3.1 zijn de sportvisserij, zeegaande recreatievaart en zeilvaart wel separaat benoemd.

3 | Ten aanzien van de in paragraaf 4.2.1 van de toelichting bij de ontwerp-kavelbesluiten genoemde corridor merkt de indiener op dat deze enkel relevantie heeft voor de zeegaande recreatievaart en beroepsmatige zeilvaart indien deze wordt doorgetrokken in het windenergiegebied IJmuiden Ver. | In de toelichting bij het kavelbesluit is beschreven dat in het windenergiegebied Hollandse Kust (west) tussen de kavels VI en VII een ruimte open is gehouden die in de toekomst kan worden aangewezen als passage voor de scheepvaart. Deze besluitvorming over een aanwijzing als scheepvaartpassage vindt niet plaats in het kavelbesluit dat op grond van de Wet windenergie op zee wordt genomen, maar in vervolgbesluitvorming op grond van de Waterwet. De aanwijzing van passages en de verkaveling wordt integraal bekeken in relatie tot andere windenergiegebieden, zoals het windenergiegebied IJmuiden Ver, waarvan wordt opgemerkt dat de Minister van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de Tweede Kamer heeft aangegeven dat het aan de zuidzijde niet volledig verkaveld zal worden (Kamerstukken II 2018/19, 33 561, nr. 48).

Regeling
Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0046360
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl