wetzoeker

7.3.2 — vleermuizen Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)

vleermuizen

Effecten op vleermuizen windpark kavel VI

Over de aanwezigheid, het gedrag en daarmee ook de gevoeligheid van vleermuizen op zee voor operationele windparken bestaan nog kennisleemtes. Op basis van de beschikbare kennis is duidelijk dat in ieder geval de ruige dwergvleermuis boven de Zuidelijke Noordzee voorkomt. In (veel) mindere mate komen ook de rosse vleermuis en tweekleurige vleermuis voor.

De gegevens die er zijn, suggereren dat vrijwel alle activiteit van vleermuizen op zee plaatsvindt in het voorjaar en vooral in de nazomer in de nacht bij windkrachten onder de 8 m/s. Het merendeel van de vleermuisactiviteit wordt echter gemeten in nachten met windkrachten tot 7,5 m/s.

Mogelijke negatieve effecten van het windpark op vleermuizen hebben vooral betrekking op aanvaringen met windturbines en barotrauma. De worst case aanname is één dode vleermuis per turbine per jaar. Het gaat in dit worst case scenario (76 turbines van 10 MW) om totaal maximaal 76 slachtoffers per jaar ten gevolge van een windpark in kavel VI. Hiervan zullen maximaal 73 slachtoffers vallen onder de ruige dwergvleermuis en twee onder de rosse vleermuis. Onder overige vleermuissoorten kunnen hooguit incidenteel slachtoffers vallen. Aantasting van de staat van instandhouding door het eigenstandige project in kavel VI kan voor alle vleermuissoorten worden uitgesloten, omdat de aantallen ruim onder de PBR voor de betreffende soorten liggen, zelfs indien wordt uitgegaan van een conservatieve schatting van de populaties.

Cumulatieve effecten op vleermuizen

Op dit moment zijn cumulatieve effecten van een windpark in windenergiegebied Hollandse Kust (west) en andere windparken in de zuidelijke Noordzee uitsluitend gebaseerd op sterftecijfers gemeten op land. Onder de in het KEC gedane aanname van één dode vleermuis per turbine per jaar en achtduizend turbines over de gehele Zuidelijke Noordzee, kunnen mogelijk achtduizend extra dode vleermuizen per jaar als slachtoffer vallen. Dit betreft voornamelijk (95 procent) ruige dwergvleermuizen.

Gebaseerd op de huidige kennis, en dan vooral het ontbreken van goede informatie over het voorkomen van vleermuizen op de Noordzee enerzijds en het ontbreken van betrouwbare schattingen van populatiegroottes anderzijds, is het niet uit te sluiten dat in het worst-case scenario negatieve effecten op de staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis zullen optreden. Echter kan met maatregelen het aantal slachtoffers sterk worden beperkt.

Om die reden wordt een voorschrift opgenomen. De hierin vastgelegde maatregel is afgestemd op perioden en omstandigheden met de hoogste activiteit van ruige dwergvleermuizen boven de Noordzee. De staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis blijft in dat geval gewaarborgd. Ook andere vleermuissoorten worden met deze maatregel beschermd. De onderbouwing en uitwerking van dit voorschrift worden nader toegelicht in paragraaf 7.8.3.

Zowel in het MER als in het KEC zijn kennisleemtes geconstateerd ten aanzien van de aanwezigheid en het gedrag van vleermuizen op de Noordzee. In het Windenergie op zee ecologisch programma (Wozep) wordt daarom specifiek aandacht besteed aan het vergroten van de kennis over dit onderwerp.

Regeling
Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0046360
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl