wetzoeker

6.7.3 — Afweging Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)

Afweging

De eisen om voldoende separatie aan te houden, vloeien voort uit de genoemde wet- en regelgeving. Bij een maximale tiphoogte van 304 meter blijft ten opzichte van het helikopterverkeer voldoende laterale en verticale separatie over als op de normale minimale vlieghoogte van 2.000 voet (circa 609 meter) wordt gevlogen gegeven een separatieafstand van 1.000 voet (circa 304 meter). Indien met helikopters gevlogen moet worden op 1.500 voet (circa 457 meter) wordt deze vereiste separatieafstand niet gehaald. In dat geval zijn maatregelen nodig.

In de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 is een aantal acties opgenomen ten behoeve van de inpassing van windparken op zee in relatie tot de veilige en operationele luchtzijdige bereikbaarheid van mijnbouwinstallaties per helikopter. Dit betreft onder andere het zo nodig aanpassen van een HMR. Voor de HMR die langs platform P6-A loopt wordt door het bevoegd gezag een aanpassing voorbereid middels een wijziging van de AIP/Luchtvaartgids. Ook een opheffing van de HMR behoort tot de mogelijkheden. Een windpark binnen de begrenzing van kavel VI zal na aanpassing of opheffing van de HMR geen effect hebben op het helikopterverkeer.

De binnen het windenergiegebied gelegen platforms P6-B en P6-D worden op een zodanig tijdstip verwijderd dat deze geen belemmering vormen voor de bouw van het windpark in kavel VI. Het (buiten het windenergiegebied gelegen) platform P6-A zal voorafgaand aan de bouw van het windpark mogelijk verwijderd zijn of eventueel op termijn een nieuwe functie krijgen met beperkte helikopterbereikbaarheid. Het windpark in kavel VI van windenergiegebied Hollandse Kust (west) vormt derhalve geen onaanvaardbaar obstakel voor de luchtvaart.

Regeling
Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0046360
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl